Vervolging voor leus from the river to the sea

De regering moet bij het Openbaar Ministerie aandringen op het vervolgen van mensen die de leus from the river to the sea gebruiken. Deze uitspraak wordt gezien als een oproep tot geweld en antisemitisme. Het is belangrijk dat de rechterlijke macht handelt volgens de wens van de Kamer om dergelijke gewelddadige uitingen niet te normaliseren.

Motie van het lid Boon over er bij het OM op aandringen om de leus "from the river to the sea" aan te merken als een oproep tot geweld

De kamer, constaterende dat de Kamer met de motie-Boon heeft uitgesproken dat de leus «from the river to the sea» als een oproep tot geweld moet worden beschouwd; constaterende dat het Openbaar Ministerie desondanks oordeelt dat de leus «from the river to the sea, Palestine will be free» slechts een protestleus zou zijn en geen aansporing tot geweld bevat; overwegende dat dit oordeel de uitgesproken wil van de Kamer ondermijnt en bijdraagt aan het normaliseren van antisemitische en gewelddadige uitingen; verzoekt de regering om er bij het Openbaar Ministerie op aan te dringen de leus «from the river to the sea» aan te merken als een oproep tot geweld en hier consequent tegen op te treden en tot vervolging over te gaan.
21 april | PVV | Verworpen: 64–86 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat zij antisemitisme bestrijdt door incidenten hard aan te pakken en erkent dat woorden de basis vormen voor haat [1]. Vanuit dit oogpunt zou de partij kunnen redeneren dat het tegengaan van uitingen die als oproep tot geweld worden ervaren, bijdraagt aan een veilige samenleving [1].

Argumenten tegen: De partij legt een sterke nadruk op het beschermen van het recht om te demonstreren als 'kern van de democratie' [2]. Zij stelt expliciet dat de politiek niet moet beslissen of er moet worden ingegrepen bij demonstraties, maar dat dit een taak is voor de burgemeester en de rechter [2]. Het verzoeken van de regering om het Openbaar Ministerie te dwingen een specifieke leus te vervolgen wordt door de partij waarschijnlijk gezien als ongepaste politieke inmenging in de onafhankelijke rechtspraak en het recht op vrije meningsuiting bij demonstraties [2].

Bronnen:

  1. "Veilig en vrij. Onze vrijheid is kostbaar. Je overal veilig voelen is daarbij essentieel: op straat, in het uitgaansleven, op het werk, tijdens demonstraties en thuis achter de voordeur. We strijden daarom tegen alle vormen van discriminatie, seksisme en geweld tegen vrouwen, waaronder femicide. Haat begint niet bij het bekladden van een synagoge of moskee, of met het verbranden van een regenboogvlag. Het begint met woorden. Naast een stevige aanpak van daders zetten we daarom in op preventie en dialoog."
  2. "Verzeker het demonstratierecht. Wij staan pal voor het demonstratierecht. Het recht om te demonsteren behoort tot de kern van de democratie, ook wanneer dat botst met andere belangen. Daarbij hoort dat het openbaar gezag zich faciliterend opstelt bij demonstraties. Demonstranten dienen behandeld te worden als burgers die gebruikmaken van hun recht op vrijheid van meningsuiting. Ingrijpen gebeurt alleen wanneer dit strikt noodzakelijk is, zoals bij strafbare feiten. De burgemeester en de rechter beslissen of ingegrepen moet worden, niet de politiek. De politie moet de rechten en veiligheid van demonstranten waarborgen, bijvoorbeeld bij geweld of intimidatie van omstanders of tegendemonstranten. De politie is er bij uitstek om te de-escaleren. Mensen die de straat op gaan tegen buitenlandse repressie of om andere redenen en niet herkenbaar willen zijn moeten anoniem kunnen demonstreren."