Vervolging voor leus from the river to the sea

De regering moet bij het Openbaar Ministerie aandringen op het vervolgen van mensen die de leus from the river to the sea gebruiken. Deze uitspraak wordt gezien als een oproep tot geweld en antisemitisme. Het is belangrijk dat de rechterlijke macht handelt volgens de wens van de Kamer om dergelijke gewelddadige uitingen niet te normaliseren.

Motie van het lid Boon over er bij het OM op aandringen om de leus "from the river to the sea" aan te merken als een oproep tot geweld

De kamer, constaterende dat de Kamer met de motie-Boon heeft uitgesproken dat de leus «from the river to the sea» als een oproep tot geweld moet worden beschouwd; constaterende dat het Openbaar Ministerie desondanks oordeelt dat de leus «from the river to the sea, Palestine will be free» slechts een protestleus zou zijn en geen aansporing tot geweld bevat; overwegende dat dit oordeel de uitgesproken wil van de Kamer ondermijnt en bijdraagt aan het normaliseren van antisemitische en gewelddadige uitingen; verzoekt de regering om er bij het Openbaar Ministerie op aan te dringen de leus «from the river to the sea» aan te merken als een oproep tot geweld en hier consequent tegen op te treden en tot vervolging over te gaan.
21 april | PVV | Verworpen: 64–86 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma te vinden die het strafbaar stellen van deze specifieke leus ondersteunt.

Argumenten tegen: De partij stelt dat academische vrijheid en meningsuiting over Palestina beschermd moeten worden en dat zij zich verzet tegen de criminalisering van solidariteit [3]. Daarnaast waarschuwt de partij dat het wegzetten van kritiek op de Israëlische regering of boosheid over de oorlog in Gaza als antisemitisme gevaarlijk is en de strijd tegen werkelijk antisemitisme verwatert [1]. De partij wijst de IHRA-werkdefinitie, die kritiek op de staat Israël als antisemitisme beschouwt, expliciet af [2].

Bronnen:

  1. "Tot op de dag van vandaag worden Palestijnen op allerlei manieren onderdrukt. In Gaza maakt de staat Israël zich schuldig aan genocide en etnische zuivering, en ook de Westelijke Jordaanoever wordt langzaam etnisch gezuiverd. Voor de meeste Palestijnen gaat de Nakba nog gewoon door. Het is zorgwekkend en gevaarlijk dat er politici zijn die legitieme kritiek op de Israëlische regering of boosheid en verdriet over de genocidale oorlog in Gaza wegzetten als antisemitisme. Ten eerste omdat iedere burger vrij moet zijn om zich uit te spreken en op te komen tegen onderdrukking en oorlogsmisdaden. Ten tweede omdat de betekenis en de gevoelswaarde van het begrip antisemitisme hiermee verwatert. Dit schaadt de strijd tegen werkelijk antisemitisme. En waar antisemitisme terecht hard wordt veroordeeld, wordt institutionele en structurele moslimhaat nog minder snel door politici, de media en de samenleving als zodanig erkend en herkend. Discriminatie raakt niet alleen moslims en joden. Dit raakt ons allemaal, want als de grondrechten van een groep worden geraakt, dan worden diezelfde rechten voor iedereen meer wankel. Het raakt kortom ons land, de basis van onze rechtsstaat en wie wij zijn."
  2. "De IHRA-werkdefinitie ziet kritiek op de staat Israël als een vorm van antisemitisme. De Nederlandse overheid wijst deze definitie daarom af."
  3. "Academische vrijheid en meningsuiting over Palestina moeten worden beschermd. Criminalisering van solidariteit wordt actief bestreden."