Hoger loon voor publieke dienstverleners

De regering moet geen nullijn (geen loonsverhoging) hanteren voor publieke dienstverleners in de onderhandelingen met vakbonden. Schoonmakers, gevangenbewaarders en weginspecteurs doen zwaar werk, maar verdienen minder dan mensen met hetzelfde werk in bedrijven. Door stijgende kosten gaan zij nu achteruit in hun inkomen.

Motie van het lid Jimmy Dijk over niet inzetten op de nullijn voor publieke dienstverleners

De kamer, constaterende dat door stijgende kosten salarisstilstand een inkomensachteruitgang betekent; constaterende dat onze publieke dienstverleners, zoals schoonmakers, gevangenbewaarders en weginspecteurs, belangrijk en zwaar werk doen; constaterende dat hun salaris achterblijft in vergelijking met soortgelijke functies in de marktsector; overwegende dat de kwaliteit van publieke dienstverlening gebaat is bij behoud van kennis, kunde, toewijding en uitvoeringscapaciteit; verzoekt de regering niet in te zetten op de nullijn voor onze publieke dienstverleners tijdens gesprekken met de vakbonden.
23 april | SP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt het onacceptabel dat er werkenden zijn die nauwelijks rond kunnen komen en streeft naar het structureel terugdringen van armoede door middel van eerlijke lonen [6]. Daarnaast wil de partij dat werkenden met gewone inkomens (van minimumloon tot circa twee keer modaal) netto meer overhouden, zodat werken veel lonender wordt [5]. Er is een expliciete wens om de trend te keren waarbij salarissen aan de top sneller groeien dan salarissen op de werkvloer, zeker in semipublieke sectoren [1]. Specifiek voor de publieke sector, zoals het onderwijs, stelt de partij dat een goede beloning essentieel is voor de waardering van professionals en het aanpakken van personeelstekorten [7]. Bovendien vindt de partij dat iedereen een voldoende, zeker en voorspelbaar inkomen moet ontvangen [4].

Argumenten tegen: De partij hecht veel waarde aan de traditie van het poldermodel, waarbij werkgevers en werknemers als partners samen zoeken naar overeenstemming over de arbeidsmarkt [2]. De krapte in publieke sectoren vraagt volgens de partij om een gezamenlijke, door 'de polder' gedragen aanpak [3].

Bronnen:

  1. "De trend dat de salarissen aan de top sneller groeien dan salarissen op de werkvloer, moet worden gekeerd. Zeker in semipublieke sectoren zoals de zorg, de pensioensector of het openbaar vervoer, is het ongemakkelijk dat bestuurders zeer hoge inkomens verdienen terwijl het geld"
  2. "Ons land kent een lange traditie van overleg tussen werkgevers en werknemers. In de befaamde Nederlandse polder zijn werkgevers en werknemers belangrijke partners bij grote hervormingsbesluiten over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. In tijden van polarisatie en verwijdering blijven we samen zoeken naar overeenstemming en het gezamenlijk algemeen belang."
  3. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  4. "Naast betaald werk is ook veel onbetaald werk waardevol en noodzakelijk om onze samenleving draaiende te houden. Iedereen - werkend of niet-werkend - moet een voldoende, zeker en voorspelbaar inkomen kunnen ontvangen om te kunnen bijdragen aan de samenleving."
  5. "Werkenden met gewone inkomens - van een minimumloon tot circa twee keer modaal moeten netto meer overhouden van hun loon. De ChristenUnie heeft een doordacht en werkend voorstel voor belastingen en toeslagen. Lees hierover meer in paragraaf 2.3 'Naar een nieuw, eenvoudig en eerlijk belastingstelsel'. Voor inkomen uit werk betekent dit concreet dat de eerste € 30.000 inkomen belastingvrij is. Nu is de belastingdruk op extra verdiensten (het percentage belasting dat je betaalt over elke euro meer inkomen, marginale druk) veel te groot. In sommige gevallen zelfs boven de 100%. Dat betekent dat één euro extra verdienen ertoe kan leiden dat je er netto op achteruit gaat. In het door het CPB doorgerekende nieuwe belastingstelsel van de ChristenUnie is de marginale druk altijd lager dan 50%. Werken wordt daarmee veel lonender."
  6. "Nederland is een welvarend land. Het is onacceptabel dat veel kinderen in armoede, met schaamte en tekorten, opgroeien. Veel gezondheidsklachten komen voort uit zorgen over de kosten van het dagelijks leven. Het is bovendien onrechtvaardig dat er in Nederland werkenden zijn die nauwelijks rond kunnen komen. De ChristenUnie wil armoede structureel terugdringen. Met eerlijke lonen, een rechtvaardiger belastingstelsel en goede schuldhulpverlening."
  7. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."