De regering moet met de RDW (de Rijksdienst voor het Wegverkeer) en de sector praten over het verlagen van de kosten voor het toelaten van autonome bussen. Deze kosten zijn in Nederland onvoorspelbaar en veel hoger dan in Duitsland. Hierdoor lopen we belangrijke investeringen en innovaties mis.
Motie van het lid Goudzwaard over reductie van de toelatingskosten van autonome bussen
De kamer,
constaterende dat de kosten voor het toelaten van nieuwe autonome
voertuigen onvoorspelbaar zijn en tot enkele tonnen kunnen oplopen;
constaterende dat deze kosten in Duitsland circa € 20.000 zijn;
overwegende dat deze discrepantie leidt tot het mislopen van investeringen en innovatie in Nederland;
overwegende dat autonoom openbaar vervoer een grote rol kan spelen in
het betaalbaar houden van het openbaar vervoer van morgen;
verzoekt de regering met de RDW en de sector in gesprek te gaan over het
reduceren van de toelatingskosten van autonome bussen, zodat het
investeringsklimaat voor autonoom openbaar vervoer in Nederland
competitief wordt met omliggende landen;
verzoekt de regering om de Kamer voor het einde van het jaar over de
uitkomsten van deze gesprekken te informeren.
Argumenten voor: De partij vindt dat het openbaar vervoer betaalbaar moet zijn [2][3]. Daarnaast wil de partij het concurrentie- en verdienvermogen van Nederland versterken, omdat de concurrentiekracht momenteel afneemt door hoge lasten en extra regelgeving [7]. De partij zet in op technische innovatie [7], vernieuwende mobiliteit [6] en wil dat Nederlandse bedrijven een eerlijke kans krijgen [5]. Bovendien is de partij tegen hoge kosten en beperkende regels waar ondernemers de dupe van worden [1].
Argumenten tegen: De partij waakt voor overhaaste maatregelen [4].
Bronnen:
"Geen overhaaste en dure maatregelen. BBB is tegen overhaaste en dure maatregelen die de automobilist zwaar belasten zonder duidelijk positief effect op de mobiliteit. We willen realistische en betaalbare oplossingen, waarbij ook kleine ondernemers en gezinnen niet de dupe worden van hoge kosten of beperkende regels."
"Beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer. Openbaar vervoer (OV) moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. In dunbevolkte gebieden stimuleren we kleinschalige vormen zoals buurtbusjes, OV-op-afroep en deelvervoer. Ook voor mensen met een beperking dienen er toegankelijke vervoersopties te zijn."
"De regionale ontsluiting moet worden versterkt door te blijven investeren in spoor- en wegverbindingen. De auto blijft onmisbaar, vooral in landelijke gebieden. Openbaar vervoer moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. Kleinschalige OV-oplossingen zijn belangrijk in dunbevolkte gebieden."
"We zetten in op slimme ontsluiting via wegen, buslijnen en fietsverbindingen om werken, wonen en ondernemen aantrekkelijk te houden. We stimuleren schonere brandstoffen en voertuigen zonder de auto te ontmoedigen. Zero-emissie zones worden afgeschaft. Digitale en fysieke netwerken moeten overal beschikbaar zijn. We stimuleren schoon vervoer via innovaties en schonere brandstoffen, maar waken voor overhaaste maatregelen."
"Digitalisering en technologische innovatie bieden immense kansen voor economische groei, inclusie en het creëren van nieuwe banen. Om deze potentie volledig te benutten, is actieve sturing op brede toegankelijkheid en gelijke kansen essentieel. Het is cruciaal dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen een eerlijke kans krijgen in publiek-private projecten, zodat innovaties daadwerkelijk bijdragen aan het welzijn en de participatie van alle inwoners. Door regels te toetsen op menselijke maat, eenvoud en begrijpelijkheid, zorgen we ervoor dat de digitale transitie mensen verbindt in plaats van verdeeld."
"Vernieuwende mobiliteit. We zetten in op vernieuwende mobiliteit. Daarbij letten we op de inrichting van rustplekken, ontwerpen van slimme verkeerslichten, benutten van de mogelijkheden van glasvezel of waterstofleidingen."
"De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."