De regering moet het uitgangspunt 'nee, tenzij' hanteren bij het samengaan van gemeenten (gemeentelijke herindeling). Dit mag alleen als er geen andere oplossing is. Het samengaan van gemeenten zorgt nu vaak voor een grotere afstand tussen inwoners en hun bestuur.
Motie van het lid Vermeer over het uitgangspunt "nee, tenzij" opnemen in het Beleidskader gemeentelijke herindeling
De kamer,
constaterende dat gemeentelijke herindelingen vaak leiden tot een grotere
afstand tussen inwoner en bestuur;
overwegende dat opheffing van een gemeente een uiterst middel moet
zijn;
verzoekt de regering in het beleidskader het uitgangspunt «nee, tenzij» op
te nemen, waarbij herindeling alleen plaatsvindt als minder ingrijpende
alternatieven aantoonbaar tekortschieten én maatschappelijk draagvlak
overtuigend is aangetoond.
Argumenten voor: De partij wil een overheid die dichtbij de burger bestuurt, waarbij mensen na de verkiezingen nog steeds invloed kunnen uitoefenen en een zwaarwegende stem hebben over ontwikkelingen in hun eigen omgeving [1]. De partij hecht grote waarde aan de eigen identiteit en kracht van elke stad, elk dorp en elke streek en zet zich af tegen algemeen beleid dat vanuit 'Haagse torens' is bedacht [2].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die pleiten voor gemeentelijke herindelingen of tegen het beperken daarvan.
Bronnen:
"We streven naar een overheid die dichtbij bestuurt. Dat is een overheid die beseft dat democratie méér is dan alleen een stem uitbrengen. Mensen moeten ook na de verkiezingen invloed kunnen uitoefenen, zoals door inspraak, advies of het delen van hun ervaring. Mensen moeten een zwaarwegende stem hebben over ontwikkelingen in hun eigen omgeving. De overheid moet dan ook actief zoeken naar aanvullende vormen van burgerparticipatie."
"BBB wil een Nederland waarin alle regio's ertoe doen. Waar voorzieningen niet verdwijnen, maar terugkeren. Waar jong en oud kunnen blijven wonen, werken en leven in hun eigen streek. Want als de regio bloeit, bloeit het hele land. Lokale kracht is van nationale waarde. Iedere stad, elk dorp en elke streek heeft zijn eigen karakter en betekenis. Dat geldt ook voor de provincies: geen provincie is hetzelfde. Wat in de ene provincie werkt, kan in een andere provincie juist contraproductief zijn - en andersom. Door uit te gaan van de kracht van een stad, dorp, streek of provincie, erken je ook de kracht van de mensen die er wonen en werken. Een algemeen beleid, bedacht vanuit Haagse torens, doet daar geen recht aan. Zorg dat de grensoverstijgende kansen goed benut kunnen worden door bijvoorbeeld in te zetten op versterking van het nationaal programma vitale regio's."