Strenge regels voor samengaan van gemeenten

De regering moet het uitgangspunt 'nee, tenzij' hanteren bij het samengaan van gemeenten (gemeentelijke herindeling). Dit mag alleen als er geen andere oplossing is. Het samengaan van gemeenten zorgt nu vaak voor een grotere afstand tussen inwoners en hun bestuur.

Motie van het lid Vermeer over het uitgangspunt "nee, tenzij" opnemen in het Beleidskader gemeentelijke herindeling

De kamer, constaterende dat gemeentelijke herindelingen vaak leiden tot een grotere afstand tussen inwoner en bestuur; overwegende dat opheffing van een gemeente een uiterst middel moet zijn; verzoekt de regering in het beleidskader het uitgangspunt «nee, tenzij» op te nemen, waarbij herindeling alleen plaatsvindt als minder ingrijpende alternatieven aantoonbaar tekortschieten én maatschappelijk draagvlak overtuigend is aangetoond.
20 mei | BBB | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat lokale verbondenheid en een passende schaal voor de gemeenschap leidend moeten zijn bij herindelingen, en dat dit ook het verkleinen of opsplitsen van gemeenten kan inhouden [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat gemeenten de overheden zijn die het dichtst bij de mensen staan [3] en dat er in het beleid meer ruimte moet zijn voor de menselijke maat [2].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "Het CDA erkent dat iedere gemeenschap anders is. Gemeenten kunnen klein, middelgroot of groot zijn, afhankelijk van wat aansluit bij de samenleving. Voor ons kan herindeling ook opsplitsing of verkleining betekenen. Lokale verbondenheid en de passende schaal bij de gemeenschap zijn leidend."
  2. "De gemeente is de eerste overheid. Het CDA pleit voor gelijkwaardige samenwerking en verhouding tussen Rijk en decentrale overheden, waarin iedere bestuurslaag verantwoordelijkheid neemt én levert. Dat vergt meer ruimte in de regelgeving om lokaal te doen wat lokaal nodig is, een lagere verantwoordingslast, en meer ruimte voor de menselijke maat in beleid. Regels en financiële afspraken moeten meerjarig en betrouwbaar zijn."
  3. "We koesteren onze bestuursverdeling met een eigen rol voor gemeenten, provincies en waterschappen. Dit zijn de overheden die het dichtst bij mensen staan."