De regering moet het uitgangspunt 'nee, tenzij' hanteren bij het samengaan van gemeenten (gemeentelijke herindeling). Dit mag alleen als er geen andere oplossing is. Het samengaan van gemeenten zorgt nu vaak voor een grotere afstand tussen inwoners en hun bestuur.
Motie van het lid Vermeer over het uitgangspunt "nee, tenzij" opnemen in het Beleidskader gemeentelijke herindeling
De kamer,
constaterende dat gemeentelijke herindelingen vaak leiden tot een grotere
afstand tussen inwoner en bestuur;
overwegende dat opheffing van een gemeente een uiterst middel moet
zijn;
verzoekt de regering in het beleidskader het uitgangspunt «nee, tenzij» op
te nemen, waarbij herindeling alleen plaatsvindt als minder ingrijpende
alternatieven aantoonbaar tekortschieten én maatschappelijk draagvlak
overtuigend is aangetoond.
Argumenten voor: De partij vindt dat de Rijksoverheid gemeenten als eerste overheid meer ruimte en vertrouwen moet geven [1]. Er is kritiek op het feit dat de Rijksoverheid op grote afstand staat van de inwoners in diverse regio's [5]. Daarnaast gelooft de partij dat de samenleving bestaat uit gemeenschappen (zoals dorpen en wijken) en dat de overheid hier ruimte aan moet geven in plaats van dit van bovenaf te organiseren [4][3]. Tot slot stelt de partij dat grootschalige politieke vernieuwing niet de oplossing is om de relatie tussen burger en politiek te versterken [2].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Grootschalige politieke vernieuwing is geen oplossing voor het versterken van de relatie tussen burger en politiek. Referenda bieden schijninvloed en horen dus niet thuis in de grondwet. De Tweede Kamer wordt als gekozen volksvertegenwoordiging niet langer automatisch ontbonden als een regering valt. Het mandaat van de kiezers geldt voor vier jaar. We voeren geen districtenstelsel of kiesdrempel in. In een districtenstelsel gaat het meer over poppetjes en minder over inhoud. Een kiesdrempel en districtenstelsel zorgen er bovendien voor dat het moeilijker wordt voor kleinere groepen in de samenleving om een eigen politieke inbreng te hebben. Wij geloven dat je de kracht van een samenleving kunt afmeten aan de ruimte die meerderheden geven aan minderheden."
"Mensen zijn geschapen om met elkaar te leven. Dat gebeurt in de eerste plaats in het gezin en familie, maar ook in buurt, wijk en dorp. We willen meer ruimte geven aan mensen die de handen ineenslaan en samen zorg dragen voor elkaar of met elkaar het verenigingsleven laten bloeien. De overheid moet dit stimuleren en ruimte geven, in plaats van in de kiem te smoren met onnodig veel regelgeving. De ChristenUnie zet zich in voor wijken waar mensen elkaar ontmoeten en ondersteunen. We investeren in leefbare buurten, goede voorzieningen en verbondenheid tussen stad en regio."
"Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."
"De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."