De regering moet onderzoeken welke risico's Nederland loopt door ISDS-verdragen. Dit zijn afspraken waarbij bedrijven landen kunnen aanklagen. Bedrijven zoals Shell klagen Nederland nu aan vanwege democratische besluiten, zoals de sluiting van het Groninger gasveld. Dit beperkt de vrijheid van de overheid om wetten te maken in het algemeen belang.
Motie van de leden Kröger en Dobbe over in kaart brengen waar kwetsbaarheden zitten voor Nederland en haar handelspartners als gevolg van verdragen met ISDS of ICS
De kamer,
constaterende dat Nederland onder het Investor-State Dispute Settlement
(ISDS) wordt aangeklaagd door bedrijven als Shell, ExxonMobil en
Petrogas vanwege democratisch tot stand gekomen maatregelen in het
algemeen belang, zoals sluiting van het Groninger gasveld en invoering
van de solidariteitsbijdrage;
constaterende dat Nederland partij is bij ongeveer 75 handels- en
investeringsverdragen die een vorm van ISDS bevatten en dit soort zaken
mogelijk maken;
overwegende dat Nederland uit het Energy Charter Treaty is gestapt,
onder andere vanwege het risico van dit soort zaken door private partijen;
verzoekt de regering om in kaart te brengen waar kwetsbaarheden zitten
voor Nederland en zijn handelspartners als gevolg van verdragen met
ISDS of ICS, waaronder het inperken van beleidsvrijheid, en hoe
Nederland en Europa deze risico’s mitigeert bij toekomstige verdragen, en
hierover de Kamer na de zomer te rapporteren.
Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen over de balans tussen de politiek en de rechterlijke macht, waarbij rechters op basis van ruime interpretaties van internationale verdragen zich uitspreken over democratisch vastgesteld beleid [1]. Om dit tegen te gaan, wil de partij de aanzet geven tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen [2]. Het verzoek in de motie om in kaart te brengen waar internationale verdragen de beleidsvrijheid inperken, sluit direct aan bij deze visie.
Argumenten tegen:
Bronnen:
"De afgelopen jaren is er discussie ontstaan over de balans tussen de rechterlijke macht en de politiek. De Urgendazaak over de uitvoering van klimaatbeleid en de zaak van verschillende gesubsidieerde NGO's tegen de levering van Nederlandse F35-onderdelen aan Israël zijn bekende voorbeelden hiervan. Gesubsidieerde actiegroepen span -nen rechtszaken aan in naam van het 'algemeen belang', waarna rechters door ruime interpretaties van internationale verdragen genoodzaakt zijn zich uit te spreken over democratisch vastgesteld beleid. Naast dat"
"'algemeen belang' een te rekbaar begrip is gebleken, roept dit vragen op over mogelijke verschuivingen in de taakverdeling tussen wetgevende, uitvoerende en rech -terlijke macht. Bovenal is dit zorgelijk omdat deze ont -wikkeling bijdraagt aan een lager vertrouwen van veel Nederlanders in de rechtspraak. JA21 geeft de aanzet tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen. Dit alles is zowel in het belang van de samenleving als (het aanzien van) de rechterlijke macht."