De regering moet onderzoeken welke risico's Nederland loopt door ISDS-verdragen. Dit zijn afspraken waarbij bedrijven landen kunnen aanklagen. Bedrijven zoals Shell klagen Nederland nu aan vanwege democratische besluiten, zoals de sluiting van het Groninger gasveld. Dit beperkt de vrijheid van de overheid om wetten te maken in het algemeen belang.
Motie van de leden Kröger en Dobbe over in kaart brengen waar kwetsbaarheden zitten voor Nederland en haar handelspartners als gevolg van verdragen met ISDS of ICS
De kamer,
constaterende dat Nederland onder het Investor-State Dispute Settlement
(ISDS) wordt aangeklaagd door bedrijven als Shell, ExxonMobil en
Petrogas vanwege democratisch tot stand gekomen maatregelen in het
algemeen belang, zoals sluiting van het Groninger gasveld en invoering
van de solidariteitsbijdrage;
constaterende dat Nederland partij is bij ongeveer 75 handels- en
investeringsverdragen die een vorm van ISDS bevatten en dit soort zaken
mogelijk maken;
overwegende dat Nederland uit het Energy Charter Treaty is gestapt,
onder andere vanwege het risico van dit soort zaken door private partijen;
verzoekt de regering om in kaart te brengen waar kwetsbaarheden zitten
voor Nederland en zijn handelspartners als gevolg van verdragen met
ISDS of ICS, waaronder het inperken van beleidsvrijheid, en hoe
Nederland en Europa deze risico’s mitigeert bij toekomstige verdragen, en
hierover de Kamer na de zomer te rapporteren.
Argumenten voor: De partij wil dat Nederland uit alle verdragen stapt waarin multinationals miljardenclaims kunnen indienen via ISDS of ICS [1]. Volgens de partij ondermijnen veel vrijhandelsverdragen de democratie en vormen ze een obstakel voor het invoeren van betere wetgeving voor mens, dier, natuur en milieu [3]. De partij heeft bovendien al meegewerkt aan het uittreden uit het Energy Charter Treaty om te voorkomen dat energiebedrijven claims kunnen indienen vanwege het stopzetten met kolen [2]. Daarnaast stelt de partij dat publieke belangen altijd voorop moeten staan en is zij kritisch over de invloed van bedrijven op beleid [4].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"Nederland stapt uit alle verdragen die multinationals de mogelijkheid geven om miljardenclaims in te dienen buiten de normale rechter om via zogenaamde investeringsbescherming (zoals ICS of ISDS). Aan groene en rechtvaardige verdragen doen we wel mee."
"In weinig landen was het politieke verzet zo groot en divers als in Nederland. Onder leiding van de Partij voor de Dieren ontstond een meerderheid van de Tweede Kamer om het EU-Mercosur-verdrag met onder andere Brazilië te blokkeren. Ook kregen wij de Kamer en de minister mee om uit het Energy Charter Treaty te stappen, het verdrag waarmee energiebedrijven Nederland konden aanklagen voor miljarden euro's compensatie vanwege het stoppen met kolen."
"Het wereldwijde verzet tegen destructieve vrijhandelsverdragen heeft een einde gemaakt aan de vanzelfsprekendheid dat er steeds meer handelsstromen komen en dat multinationals worden bevoorrecht. En dat is goed nieuws. Vrijhandelsverdragen worden nu vooral gebruikt om het makkelijker en goedkoper te maken voor bedrijven om te handelen, te investeren en over de grens diensten te verlenen. De winnaars zijn de grootste bedrijven die het goedkoopst kunnen werken. Maar goedkoper betekent vaak dat er kosten worden afgewenteld op werknemers, dieren, milieu en omwonenden. Ook voor Nederlandse en Europese boeren zijn vrijhandelsdeals vaak ongunstig. Zij krijgen te maken met oneerlijke concurrentie van bijvoorbeeld Braziliaanse en Canadese boeren die goedkoper produceren, omdat in hun land lagere milieu- en dierenwelzijnseisen gelden. Daarnaast ondermijnen veel vrijhandelsverdragen de democratie. Ze vormen een obstakel voor landen om betere wetgeving in te voeren voor mens, dier, natuur en milieu. Ze geven multinationals de macht om miljardenclaims in te dienen tegen democratische besluiten als zij hun megawinsten in gevaar zien komen."
"Nederland neemt een kritische houding aan tegenover publiek-private partnerschappen (PPP) in internationale verdragen. Onder het mom van zelfregulering krijgen bedrijven daarin te veel invloed op beleid, vaak ten koste van mens, dier en planeet. Publieke belangen, dierenwelzijn en ecologische grenzen staan altijd voorop."