De regering moet geen enkele vorm van (internationaal) draagmoederschap mogelijk maken. Uit onderzoek naar internationale adoptie (commissie-Joustra) bleken ernstige misstanden. Bij draagmoederschap bestaat hetzelfde risico op commerciële uitbuiting van kwetsbare vrouwen en kinderen. De bescherming van deze mensen moet vooropstaan.
Motie van het lid Bikker over afzien van elke vorm van facilitering van draagmoederschap
De kamer,
constaterende dat de commissie-Joustra heeft vastgesteld dat interlandelijke adoptie gepaard ging met «structurele en systematische misstanden»
die leidden tot «het ontstaan van een adoptiemarkt en het tot verhandelbaar goed maken van kinderen, met inbegrip van markttermen als
«vraag en aanbod», «kanalen», «tussenpersonen» en «vergunningen»«;
overwegende dat bij draagmoederschap vergelijkbare mechanismen
optreden, waaronder financiële vergoedingen, internationale bemiddelingsstructuren en afhankelijkheidsrelaties van kwetsbare vrouwen;
overwegende dat het kabinet uit het adoptieverleden heeft geconcludeerd
dat bij twijfel over ernstige misstanden terughoudendheid geboden is en
de bescherming van kinderen en kwetsbare vrouwen voorop dient te
staan;
van mening dat het onaanvaardbaar is om opnieuw een stelsel te creëren
waarin kinderen onderwerp worden van commerciële praktijken en dat
(internationaal) draagmoederschap een onwenselijke en risicovolle
praktijk is die niet binnen de Nederlandse rechtsorde past;
verzoekt de regering af te zien van elke vorm van facilitering van
(internationaal) draagmoederschap.
Argumenten voor: De partij wil de bescherming van kinderen, ouders en donoren bij donorconceptie verbeteren [1]. Daarnaast is er aandacht voor de bescherming en het herstel van kwetsbare vrouwen, zoals de compensatie voor afstandsmoeders [2], en wil de partij dat bedrijven mensenrechten in hun productieketens beschermen [5].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een inclusief familierecht en wil een volwaardige wettelijke regeling voor het draagouderschap [3]. Ook wil de partij dat vruchtbaarheidszorg voor iedereen met een medische of sociale indicatie in het basispakket wordt opgenomen [4].
Bronnen:
"We verbeteren de bescherming van kinderen, ouders en donoren bij donorconceptie. We werken toe naar internationale afspraken over registratie en beperking van het aantal donorkinderen."
"De overheid biedt financiële compensatie en excuses aan de afstandsmoeders die tussen de jaren '50 en '90 gedwongen hun kind hebben afgestaan."
"We maken het familierecht inclusief voor diverse relatievormen en genders. Het proces van ouderschap verkrijgen wordt voor transgender vrouwen en non-binaire personen even toegankelijk als voor cisgender mannen in gelijke burgerlijke staat. Alle ouders krijgen dezelfde rechten als cisgender heteroseksuele paren. Er komt een volwaardige wettelijke regeling, inclusief tijdsplanning, voor meerouderschap en -gezag en het draagouderschap. Kunstmatige inseminatie en IVF wordt vergoed voor alle gezinsvormen."
"Vruchtbaarheidszorg wordt voor iedereen met een medische of sociale indicatie opgenomen in het basispakket. Bevallen is geen medische handeling maar een levensgebeurtenis. We beschermen het recht op een natuurlijke bevalling zonder onnodige interventies, wel met genoeg aandacht en regie rondom bevallen. Daarom investeren we in kleinschalige geboortecentra, doulabegeleiding en perinatale nazorg."
"Er komt bindende Nederlandse IMVO-wetgeving, in lijn met internationale richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten van de OESO en de Verenigde Naties. De wetgeving verplicht bedrijven om schending van mensenrechten (inclusief kinderrechten), milieuvervuiling, aantasting van dierenwelzijn en biodiversiteitsverlies in hun productieketens te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Er komen geen uitzonderingen voor bepaalde sectoren, zoals de financiële sector. Ook moeten bedrijven bijdragen aan herstel van schade. In de wetgeving komen extra verplichtingen voor bedrijven die actief zijn of zakenrelaties hebben in conflict- en hoogrisicogebieden. De IMVOwetgeving zal ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven in het buitenland niet bijdragen aan landroof en andere vormen van landongelijkheid."