De regering moet onderzoeken hoe de financiering van collectieve actiezaken beter geregeld kan worden. Dit moet onderdeel zijn van de evaluatie van de Wamca (de wet voor massaschadezaken). Veel van deze zaken worden nu betaald door commerciële partijen uit het buitenland, maar de regels hiervoor zijn onduidelijk. Er is meer openheid nodig over de afspraken en de beloning.
Motie van de leden Straatman en Ellian over procesfinanciering van collectieve acties verder reguleren
De kamer,
constaterende dat de Staatssecretaris nader onderzoek naar de
maatschappelijke effecten van collectieve acties, inclusief op het
investerings- en vestigingsklimaat, heeft toegezegd, evenals een
focusgroep gericht op procesfinanciering;
overwegende dat procesfinanciering als onderdeel van de Wamca tot op
heden onderbelicht blijft, terwijl in Nederland verhoudingsgewijs een
groter aantal collectieve actiezaken aangespannen wordt dankzij commerciële (buitenlandse) procesfinanciers;
van mening dat er naast de aangekondigde focusgroep meer onderzoek
gedaan moet worden naar procesfinanciering;
verzoekt de regering in aanvulling op de evaluatie van de Wamca te
onderzoeken of en, zo ja, hoe procesfinanciering van collectieve acties
verder gereguleerd kan worden en hierin ook het vraagstuk rondom de
redelijke beloning van een procesfinancier mee te nemen, evenals
maatregelen ter verbetering van transparantie rondom de financieringsovereenkomst;
verzoekt de regering de Kamer hierover voor het einde van het jaar te
informeren.
Argumenten voor: De partij vindt dat belangrijke keuzes en belangenafwegingen voor Nederland door de gekozen Tweede Kamer gemaakt moeten worden en niet door de rechter [2]. Het reguleren van de financiering van collectieve acties kan een manier zijn om te voorkomen dat de koers van dergelijke zaken wordt bepaald door externe (commerciële) belangen, waardoor de politieke invloed van de Kamer gewaarborgd blijft [2].
Argumenten tegen: De partij wil moties tegenhouden die geen duidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld als een minister al iets heeft toegezegd [3]. Omdat de motie zelf vermeldt dat de Staatssecretaris al onderzoek naar de effecten en een focusgroep heeft toegezegd, zou de partij dit als een motie zonder toegevoegde waarde kunnen zien [3]. Ook de wens om de regelzucht te verminderen en wetgeving efficiënter te maken [1] kan een reden zijn om tegen extra regulering van procesfinanciering te stemmen.
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"De politiek moet werken voor Nederlanders. Keuzes en belangenafwegingen voor Nederland moeten daarom zoveel mogelijk door de gekozen Tweede Kamer worden gemaakt en niet door de rechter. Dat betekent ook dat de Tweede Kamer zichzelf serieus moet nemen, meer tijd moet besteden aan wetgeving en minder aan de ophef van de dag. Een goed werkende democratie betekent meer dan de helft van de zetels plus één. We willen Nederlanders eerder betrekken bij nieuw beleid, zodat we hun zorgen mee kunnen nemen en dat regels voor mensen uitvoerbaar zijn."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."