De regering moet extra maatregelen aan de Nederlandse binnengrenzen onderzoeken. Asielzoekers die via de Dublinverordening (Europese regels voor asielzoekers) naar een ander land zijn gestuurd, komen namelijk vaak alsnog terug in Nederland. Dit maakt de controle op de instroom van asielzoekers minder effectief.
Motie van het lid Schenk
De kamer,
constaterende dat het Dublin-systeem slechts effectief kan functioneren indien lidstaten in
staat zijn de instroom via hun grenzen daadwerkelijk te controleren;
constaterende dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordening zijn overgedragen
aan een andere lidstaat zich in de praktijk opnieuw toegang kunnen verschaffen tot
Nederland;
overwegende dat effectieve controle aan de binnengrenzen noodzakelijk is om te
voorkomen dat overgedragen asielzoekers zich opnieuw in Nederland vestigen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke aanvullende maatregelen aan de Nederlandse
binnengrenzen
kunnen worden genomen
om te voorkomen
dat asielzoekers die op grond
van de Dublinverordening zijn overgedragen aan een andere lidstaat opnieuw Nederland
binnenkomen, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar meer 'grip' op migratie en wil de controle hebben over wie er in Nederland mag blijven [1707, 909]. Het voorkomen dat mensen via een omweg opnieuw Nederland binnenkomen na een Dublin-overdracht, draagt bij aan het doel om de instroom beheersbaar te maken en effectieve controle uit te oefenen over wie er in het land verblijft [1707, 1714].
Argumenten tegen: De partij legt de nadruk op het versterken van de Europese buitengrenzen en het Europese migratiepact als de primaire basis voor de aanpak van migratie [1706, 1709, 1710]. Zij kunnen de focus op maatregelen aan de binnengrenzen zien als een afwijking van deze collectieve Europese strategie.