Steun voor koolstofarme waterstof

De regering moet regels maken voor koolstofarme waterstof uit aardgas met CCS (het opslaan van CO2). Dit is een belangrijke tussenstap naar groene waterstof. Het zorgt namelijk voor genoeg aanbod en gebruikt de huidige infrastructuur. Ook moet de regering onderzoeken of dit in 2027 kan worden toegevoegd aan de SDE++ subsidie.

Motie van de leden Müller en Jumelet over voorwaarden uitwerken waaronder koolstofarme waterstof een rol kan spelen in de transitie naar groene waterstof

De kamer, overwegende dat koolstofarme waterstof leidt tot directe emissiereductie en een noodzakelijke tussenstap vormt voor de transitie naar groene waterstof doordat het de benodigde volumes creëert en de infrastructuur benut en daarmee investeringszekerheid biedt voor de waterstofmarkt; constaterende dat de SDE++ in 2026 is opengesteld voor koolstofarme waterstof op basis van restgassen, maar nog niet voor koolstofarme waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS; verzoekt de regering voorwaarden uit te werken waaronder koolstofarme waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS een rol kan spelen in deze transitie, deze uiterlijk dit najaar naar de Kamer te sturen en daarbij in te gaan op of en hoe koolstofarme waterstof zou kunnen worden toegevoegd aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027.
3 juni | VVD, CDA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil waterstofinnovatie stimuleren om duurzame energie te kunnen gebruiken [1] en wil de industrie ondersteunen bij de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden [1]. Daarnaast wil de partij een sterke en schone industriële sector behouden [4] en kan waterstofproductie helpen bij het ontlasten van het elektriciteitsnet [2].

Argumenten tegen: De partij zet sterk in op het stimuleren van de productie van groene waterstof [1][3] en wil gas- en kolencentrales uitfaseren [5]. Er zou kunnen worden aangevoerd dat de focus op koolstofarme waterstof de overgang naar volledig duurzame methoden zou kunnen vertragen.

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."
  3. "We stimuleren het gebruik van zero-emissie auto's. We passen de motorrijtuigenbelasting aan, via een gewichtscorrectie voor elektrische auto's. We introduceren voor de auto een kilometerprijs, gedifferentieerd naar milieukenmerken, tijd en plaats: op het platteland laag, op drukke momenten in de brede Randstad hoger. Bij de invoering worden privacyoverwegingen, fraudegevoeligheid en uitvoerbaarheid meegewogen. Het wegvervoer draagt bij aan de nationale stikstofdoelstellingen. We stimuleren de productie van groene waterstof met het oog op vrachtvervoer, inclusief zwaar wegtransport."
  4. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
  5. "Het fundament van onze toekomstige energievoorziening bestaat uit een mix van wind en zonne-energie. We faseren de gas- en kolencentrales uit, en vullen het energiesysteem aan met twee nieuwe grote kerncentrales. Daarnaast onderzoeken we de inzet van kleine modulaire kerncentrales (SMR's) van Europese producenten als alternatief voor of aanvulling op grote kerncentrales. Wind op zee vormt de basis. Daarbij passen we het voorzorgsbeginsel toe, zodat negatieve effecten op ecologie en visserij(gemeenschappen) worden geminimaliseerd. Via slimme contracten worden risico's tussen markt en overheid gespreid."