De regering moet regels maken voor koolstofarme waterstof uit aardgas met CCS (het opslaan van CO2). Dit is een belangrijke tussenstap naar groene waterstof. Het zorgt namelijk voor genoeg aanbod en gebruikt de huidige infrastructuur. Ook moet de regering onderzoeken of dit in 2027 kan worden toegevoegd aan de SDE++ subsidie.
Motie van de leden Müller en Jumelet over voorwaarden uitwerken waaronder koolstofarme waterstof een rol kan spelen in de transitie naar groene waterstof
De kamer,
overwegende dat koolstofarme waterstof leidt tot directe emissiereductie
en een noodzakelijke tussenstap vormt voor de transitie naar groene
waterstof doordat het de benodigde volumes creëert en de infrastructuur
benut en daarmee investeringszekerheid biedt voor de waterstofmarkt;
constaterende dat de SDE++ in 2026 is opengesteld voor koolstofarme
waterstof op basis van restgassen, maar nog niet voor koolstofarme
waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS;
verzoekt de regering voorwaarden uit te werken waaronder koolstofarme
waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS een rol kan spelen
in deze transitie, deze uiterlijk dit najaar naar de Kamer te sturen en
daarbij in te gaan op of en hoe koolstofarme waterstof zou kunnen
worden toegevoegd aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027.
Argumenten voor: De partij zet sterk in op de realisatie van CO2-opslag en CO2-afvang, wat cruciaal is voor een schone industrie [1]. Daarnaast wil de partij de industrie helpen bij de verduurzaming door ondersteuning en maatwerkafspraken, om zo de economische weerbaarheid te vergroten en bedrijven in Nederland te houden [2][4]. Waterstof wordt door de partij genoemd als een belangrijke sector om in te investeren [3].
Argumenten tegen: De partij streeft naar het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen om de energie-onafhankelijkheid te vergroten [2][3]. Hierdoor zou men kunnen argumenteren dat de focus op waterstof uit aardgas (ook met CCS) de transitie naar volledig groene alternatieven zou kunnen vertragen.
Bronnen:
"We investeren in tijdige realisatie van CO2-opslag en zetten in op CO2-afvang, -verwijdering en -hergebruik: Voor de transitie naar een weerbare en schone industrie is opvang en hergebruik van CO2 cruciaal. Daarom moeten CO2-opslagprojecten tijdig worden gerealiseerd. De overheid neemt hierin een proactieve rol. Ook gaan we aan de slag met het verwijderen van CO2 uit de lucht en zetten we in op hergebruik van afgevangen CO2. Dit is bijvoorbeeld cruciaal voor de glastuinbouw om te kunnen verduurzamen. We staan open voor het kopen van koolstofrechten buiten de EU en willen voortvarend aan de slag met het opzetten van een internationale koolstofmarkt. Tot slot zetten we in op het realiseren van negatieve emissies bij elektriciteitscentrales."
"We helpen de industrie te verduurzamen: Dit is belangrijk om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit onvrije landen te verkleinen. We zien echter dat de industrie het zwaar heeft en verduurzaming in de praktijk moeizaam verloopt. Daarom onderzoeken we een investeringskorting voor bedrijven die willen verduurzamen en ondersteunen we bedrijven richting 2030 via maatwerkafspraken met een concreet en allesomvattend plan voor verduurzaming. Ook na 2030 blijft de overheid bedrijven helpen met een gerichte individuele aanpak. Daarnaast worden alle maatregelen uit het groene groei pakket om de industrie hier te houden doorgezet en doen we er een schep bovenop."
"In een wereld waar Poetin de gaskraan als wapen gebruikt, moeten we zo snel mogelijk onze energie-onafhankelijkheid verminderen. Klimaatbeleid is veiligheidsbeleid. Energiebeleid is veiligheidsbeleid. En ook handel is veiligheidsbeleid. Europa is grondstofarm. Toegang tot kritieke materialen en een eigen energievoorziening zijn pure voorwaarden voor onze veiligheid. Daarom moeten we fors investeren in kernenergie, windenergie op zee, waterstof, groen gas, zonneenergie, geothermie en in de tussentijd nieuwe gaswinning niet schuwen."
"Van Klimaatwet naar Klimaat- en groeiwet: We bouwen aan een schone én weerbare economie. In onze tijd, met de enorme uitdagingen die we vandaag zien, is de Klimaatwet te eenzijdig gericht op het terugdringen van broeikasgasuitstoot. We zien dat de industrie vertrekt uit Nederland vanwege knellende nationale wet- en regelgeving. Er is geen gelijk speelveld met de rest van Europa. Daarom passen we de Klimaatwet aan naar Klimaat- en groeiwet en voegen we de pijlers energie-onafhankelijkheid en betaalbaarheid toe. We werken door aan het halen van de klimaatdoelen en wegen de andere doelen net zo zwaar. Loopt het uit de pas, komt de betaalbaarheid in het gedrang en vertrekt de industrie daardoor naar het buitenland, dan grijpen we in. We blijven voldoen aan onze Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."