De regering moet de Wet gratis schoolboeken veranderen in een wet voor gratis leermiddelen, inclusief digitale apparaten zoals tablets. De huidige wet is verouderd door de snelle technologische vooruitgang. Digitale middelen zijn nodig om ongelijkheid in het onderwijs en de macht van grote technologiebedrijven tegen te gaan.
Motie van het lid Moorman c.s. over de Wet gratis schoolboeken omvormen tot een wet gratis leermiddelen waarin devices zijn opgenomen
De kamer,
constaterende dat de huidige Wet gratis schoolboeken stamt uit de tijd dat
de smartphone nog maar net bestond en er sindsdien enorme technologische vooruitgang is geboekt, ook in het onderwijs;
constaterende dat digitalisering van het onderwijs uitdagingen op het
gebied van cyberveiligheid, afhankelijkheid van big tech en ongelijke
kansen in het onderwijs veroorzaakt;
constaterende dat het onderbrengen van digitale leermiddelen in de Wet
gratis schoolboeken kan zorgen voor meer regie en sturing op die
uitdagingen;
verzoekt de regering om in het regieplan digitalisering met de VO-raad en
SIVON voorbeelden van scholen die leerlingen gratis devices verstrekken
te inventariseren, te delen en op te schalen, en voor 2027 inzichtelijk te
maken of de wet omgevormd kan worden tot een wet gratis leermiddelen
waarin devices zijn opgenomen, scholen aan te sporen besparingen op
lesmateriaal hiervoor in te zetten, en de uitkomsten hiervan aan de Kamer
voor te leggen.
Argumenten voor: De partij stelt dat digitalisering risico's kent en dat de overheid grenzen moet stellen aan de inzet van technieken en de regulering van het digitale verkeer [1]. Ook wil de partij voorkomen dat de overheid afhankelijk wordt van niet-Europese techbedrijven door te kiezen voor Europese of open source oplossingen [2]. Daarnaast is er een sterk streven naar het creëren van gelijke kansen door gericht te investeren [3] en het waarborgen dat ieder kind, ongeacht de thuissituatie, recht heeft op goed onderwijs met de juiste ondersteuning [4]. Het verstrekken van gratis digitale leermiddelen sluit aan bij de wens om te voorkomen dat er onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan [3] en om te zorgen dat kinderen de middelen hebben die zij nodig hebben om te kunnen leren [4].
Argumenten tegen: De partij voert aan dat de overheid de uitvoering van het onderwijs in handen van scholen moet laten en zich moet beperken tot het stellen van randvoorwaarden [6]. Het aansturen van scholen om besparingen op lesmateriaal specifiek in te zetten voor devices zou hierdoor kunnen schuren met de autonomie van scholen. Daarnaast wil de partij dat smartphones geweerd worden uit scholen [5], wat een spanningsveld kan creëren als de in de motie genoemde 'devices' als vergelijkbaar met smartphones worden beschouwd.
Bronnen:
"Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."
"Digitale platforms die door overheden worden ingezet om heimelijk de publieke opinie te beïnvloeden of desinformatie te verspreiden, worden verboden. De overheid zorgt ervoor dat ze zelf niet afhankelijk wordt van niet-Europese techbedrijven, door zo veel mogelijk gebruik te maken van Europese alternatieven of open source oplossingen. Er komt een stevige Europese zorgplicht voor digitale platforms en hostingbedrijven om op te treden tegen strafbare uitingen en gedragingen wanneer die op of door middel van deze platforms plaatsvinden. Uitgangspunt is hierbij dat wat in de fysieke wereld niet is toegestaan, ook digitaal niet is toegestaan. Via het auteursrecht krijgen Nederlanders, naar Deens voorbeeld, copyright op hun eigen lichaam, gezichtskenmerken en stem, als vorm van bescherming van de lichamelijke integriteit. Er komt een beter wettelijk geborgd recht op een schone lei, zodat consumenten op een duidelijke plek een verzoek kunnen indienen om al hun data te laten vernietigen."
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."