De regering moet zorgen voor goede vervangers voor gewasbeschermingsmiddelen met PFAS. Deze middelen beschermen planten tegen schimmels. Omdat PFAS schadelijk is voor de leefomgeving, kunnen deze middelen binnenkort verdwijnen. Er zijn nu echter nog te weinig alternatieven beschikbaar. De regering moet daarom een plan maken om de komst van nieuwe middelen te versnellen.
Motie van het lid Goudzwaard c.s. over per relevante teelt inzichtelijk maken welke toegelaten alternatieven beschikbaar zijn
De kamer,
constaterende dat pfas-houdende gewasbeschermingsmiddelen mogelijk
de komende jaren wegvallen vanwege zorgen over de vorming van TFA
en risico’s voor het grondwater;
constaterende dat voor meerdere teelten deze middelen een belangrijke
rol spelen bij de beheersing van met name schimmelziekten en dat er nog
onvoldoende effectieve en toegelaten alternatieven beschikbaar zijn;
overwegende dat vermindering van pfas in de leefomgeving noodzakelijk
is;
verzoekt de regering om voor eind 2026:
– per relevante teelt knelpunten inzichtelijk te maken voor welke
toegelaten alternatieven beschikbaar zijn, wat de effectiviteit en
milieubelasting van deze alternatieven is, en welke middelen naar
verwachting op korte en middellange termijn beschikbaar komen;
– de Kamer een plan van aanpak toe te sturen om de beschikbaarheid
van effectieve, alternatieve middelen voor de geïdentificeerde
knelpunten te versnellen.
Argumenten voor: De partij wil het gebruik van gevaarlijke stoffen terugdringen om voor een schone bodem te zorgen [3]. Daarnaast is de partij positief over innovaties in de landbouw, waaronder de inzet van groene gewasbeschermingsmiddelen [1]. Het versnellen van de beschikbaarheid van effectieve alternatieven voor de huidige middelen sluit aan bij de wens om de transitie naar dergelijke innovaties te stimuleren [1].
Argumenten tegen: De partij geeft de voorkeur aan doelsturing boven middelvoorschriften [2]. Een door de overheid opgesteld plan van aanpak dat specifiek inzet op bepaalde alternatieve middelen zou kunnen worden gezien als een vorm van sturen op middelen in plaats van op de gewenste resultaten [2].
Bronnen:
"Ruim baan voor innovatieve voedselproductie: We kijken met optimisme naar ontwikkelingen zoals precisiefermentatie, kweekvlees en nieuwe genomische technieken zoals CRISPR-Cas. Maar de rigide toelatingsprocedures in de EU zorgen voor deze novel foods voor enorme belemmeringen. De overheid moet er alles aan doen om dit te stroomlijnen, bijvoorbeeld door aan te dringen op een speciale procedure voor start- ups. Ook willen we regelluwe proeftuinen en adequate financiering via, onder andere, een investeringsmaatschappij voor start- en scale-ups. We willen tevens Europese goedkeuring voor andere innovaties zoals duurzame vangsttechnieken in de visserij, RENURE en groene gewasbeschermingsmiddelen."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"Een schone bodem: We zorgen voor een schone bodem door het gebruik van gevaarlijke stoffen terug te dringen. Door een Europese aanpak houden we een gelijk speelveld."