Toezicht op aanvallen op zorgverleners

De regering moet extra middelen en mensen beschikbaar stellen om aanvallen op zorgverleners in oorlogen beter in de gaten te houden. Het aantal aanvallen op zorgverleners neemt namelijk snel toe, maar er wordt nu te weinig onderzoek gedaan naar deze gebeurtenissen. Meer toezicht is nodig om de internationale regels voor oorlogsvoering beter te beschermen.

Motie van het lid Dobbe c.s. over extra capaciteit voor systematische monitoring van en advisering over aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in situaties van gewapend conflict

De kamer, constaterende dat het aantal aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in gewapend conflict, in strijd met het internationaal humanitair recht, schrikbarend snel toeneemt; overwegende dat volgens het AIV/CAVV-advies er slechts beperkt sprake is van monitoring van dit soort aanvallen; overwegende dat monitoring noodzakelijk is zodat bewindspersonen zich geïnformeerd en consequent kunnen uitspreken tegen schendingen; overwegende dat Nederland als gastland van Den Haag als stad van recht en vrede een voorbeeldrol kan vervullen; verzoekt de regering een voorstel te doen om extra capaciteit vrij te maken voor systematische monitoring van en advisering over aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in situaties van gewapend conflict, als basis voor versterkte inzet voor normherstel van het internationaal humanitair recht.
11 juni | SP, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt internationale rechtsbeginselen en de bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht centraal in het buitenlands beleid [1]. Zij wil de multilaterale rechtsorde versterken en het tegengaan van straffeloosheid een prioriteit maken [1]. Daarnaast zet de partij zich in voor de opsporing en vervolging van oorlogsmisdaden in gewelddadige conflicten [2] en hanteert zij een integrale benadering waarbij diplomatie en internationale samenwerking een rol spelen bij het aanpakken van conflicten [3][4].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de motie zouden kunnen worden gebruikt.

Bronnen:

  1. "Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
  2. "Wereldwijd neemt het aantal gewelddadige conflicten toe. In Europa leek oorlog iets van het verleden, maar niets is minder waar. We blijven Oekraïne financieel en militair steunen in de strijd tegen de wrede Russische agressie. Ook in andere gewelddadige conflicten zoals tussen Rwanda en Congo, en in Soedan, Syrië of Myanmar, steunen wij de bevolking die lijdt onder de burgeroorlog met directe humanitaire hulp. Nederland zet zich in voor humanitaire hulp, ondersteuning bij vredesprocessen en opsporing en vervolging van oorlogsmisdaden."
  3. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
  4. "Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."