De regering moet aandringen op een herziening van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Europese regels voor natuurbehoud). De huidige regels zijn in de praktijk lastig uit te voeren. Het is bijvoorbeeld moeilijk aan te tonen dat veel kleine projecten samen de natuur niet schaden. De regering moet daarom tijdens een Europese test van deze regels actief verbeterpunten aanleveren.
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over proactief inbreng leveren voor een stresstest inzake de Vogel- en Habitatrichtlijn
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie dit jaar een stresstest uitvoert
voor de Vogel- en Habitatrichtlijn;
overwegende dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen lidstaten in de
uitwerking van de Vogel- en Habitatrichtlijn, onder meer wat betreft de
beoordeling van de stikstofdepositie van projecten;
overwegende dat het vereiste dat toestemmingverlening alleen gedaan
kan worden als met (wetenschappelijke) zekerheid vastgesteld is dat geen
sprake is van negatieve effecten op de natuur, moeilijk werkbaar blijkt te
zijn bij een stapeling van minimale projectbijdragen en dynamische
ecosystemen;
overwegende dat er onduidelijkheid is over de positie van bestaand
gebruik;
verzoekt de regering proactief inbreng te leveren voor de genoemde
stresstest, inclusief de genoemde knelpunten en voorstellen voor
verbetering, en aan te dringen op daadwerkelijke herziening van de Vogelen Habitatrichtlijn.
Argumenten voor: De partij wil dat Europese richtlijnen worden herzien, zoals de Nitraatrichtlijn [1]. Daarnaast stelt de partij dat het Europese toelatingsbeleid op de schop moet en dat Brussel minder moet kijken naar het potentiële gevaar van stoffen en meer naar de risico's in de praktijk [2]. De motie, die vraagt om een herziening van de Vogel- en Habitatrichtlijn en het aanstippen van knelpunten, sluit aan bij deze wens om Europese regels te veranderen en de praktijk centraal te stellen.
Argumenten tegen: De verstrekte teksten bevatten geen argumenten om de huidige Europese richtlijnen ongewijzigd te laten of om tegen een herziening van de Vogel- en Habitatrichtlijn te zijn.
Bronnen:
"Waar mogelijk wordt kunstmest vervangen door dierlijke mest. De Nitraatrichtlijn moet daarom herzien worden, inclusief het afschaffen van de eendimensionale 170 kilogram norm voor dierlijke mest. Hoe lastig ook, de SGP blijft zich sterk maken voor een vorm van derogatie waar Brussel inhoudelijk niets tegenin kan brengen. Derogatie voor blijvend grasland, met voorwaarden als weidegang, grondgebondenheid en/of een korting op de stikstofgebruiksnorm om ervoor te zorgen dat een derogatieaanvraag kans maakt. Renure verdient sowieso ruimte. Het is ook nodig om een ontsporende mestmarkt te voorkomen."
"Het Europese toelatingsbeleid gaat wat de SGP betreft op de schop. Brussel moet niet kijken naar het potentiële gevaar van een werkzame stof, maar naar de risico's in de praktijk. Bij de beoordeling van werkzame stoffen en middelen wordt beter rekening gehouden met beschikbare alternatieven en de gevolgen voor geïntegreerde gewasbescherming en teelten."