De regering moet zorgen dat organisaties die natuurgebieden beheren voldoende geld krijgen. De kosten voor natuurbeheer zijn hard gestegen, maar de vergoedingen zijn te laag. Zonder goed beheer gaat de natuur achteruit. Dit is nodig om de stikstofcrisis op te lossen. Alleen zo ontstaat er weer ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Motie van de leden Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar over terreinbeherende organisaties en natuurbeheer volwaardig voortzetten
De kamer,
constaterende dat terreinbeherende organisaties een vergoeding
ontvangen voor het beheer van natuurgebieden, en dat dit beheer
noodzakelijk is om aan de nationale en Europese natuurverplichtingen te
voldoen;
constaterende dat de kosten voor natuurbeheer de afgelopen jaren sterk
zijn gestegen door onder meer inflatie en extra druk op de natuur, en dat
de formeel vastgestelde hogere standaardkostprijzen in de praktijk niet
worden vergoed;
constaterende dat er structureel aanzienlijk meer middelen nodig zijn voor
adequaat natuurbeheer;
overwegende dat zonder goed natuurbeheer de staat van instandhouding
van natuurgebieden achteruitgaat en belangrijke natuurdoelen verder uit
beeld raken;
overwegende dat het op orde brengen van natuurgebieden een randvoorwaarde is om Nederland van het stikstofslot te krijgen en daarmee ruimte
te creëren voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen;
verzoekt de regering een oplossing te vinden om te zorgen dat terreinbeherende organisaties en natuurbeheer volwaardig voortgezet kunnen
worden, en de Kamer daar na de zomer over te informeren.
Argumenten voor: De partij steunt het belang van natuurbeheer door verschillende betrokkenen, zoals beheerders, jagers en landgoedeigenaren [2][4][1]. Daarnaast ondersteunt de partij particuliere initiatieven en verenigingen die zich inzetten voor natuurbehoud [3].
Argumenten tegen: De partij is kritisch op de financiering van zogenaamde natuurherstelprojecten [6]. Daarnaast wil de partij het stikstoffonds ontmantelen om de middelen te gebruiken voor lastenverlichting [7] en spreekt zij zich uit tegen het gebruik van belastinggeld voor 'vrijwillige' uitkoop [5]. Verder wil de partij dat natuurbeleid gebaseerd wordt op empirische gegevens in plaats van stikstofmodellen [8].
Bronnen:
"Koesteren van de Nederlandse natuur We erkennen dat landgoedeigenaren en jagers zorgvuldig omgaan met natuur en steunen hun inzet."
"Daarom kiezen wij voor een nuchter en praktisch natuurbeleid. In de Oostvaardersplassen moet kuddebeheer worden toegestaan en moet 's winters bijvoeren mogelijk zijn om dierenleed te voorkomen. De jacht zien wij als essentieel voor natuurbeheer en voedselvoorziening. Ook stimuleren we de consumptie van seizoensproducten en wild van eigen bodem. We ondersteunen particuliere initiatieven en landgoedeigenaren, omdat zij bewezen zorgvuldig omgaan met de natuur. Bovendien zetten we in op bosuitbreiding: we stoppen de massale bomenkap voor biomassa-centrales en zetten juist in op méér bomenplant. Daarmee willen we de leefomgeving groener maken, ook in steden. Zo ontstaat een natuurbeleid waarin boeren, jagers, beheerders, burgers en ondernemers samen zorgen voor een mooi, leefbaar en menselijk landschap."
"Ondersteuning van private natuurinitiatieven
We ondersteunen particuliere initiatieven en verenigingen die zich inzetten voor natuurbehoud, mits zij ondernemers in de omgeving niet beperken."
"Ruim baan voor de jacht
We ondersteunen de jacht als belangrijk instrument voor natuurbeheer en voedselvoorziening."
"Geen onteigening of uitkoop van boeren
We gaan nooit over tot gedwongen onteigening van boeren en ook niet tot 'vrijwillige' uitkoop met belastinggeld, zodat de agrarische sector in Nederland behouden blijft."
"Stoppen met massale bomenkap
We stoppen de massale bomenkap voor biomassacentrales en zogenaamde natuurherstelprojecten."
"Stikstoffonds ontmantelen
We heffen het stikstoffonds van €25 miljard op, zodat deze gelden gebruikt kunnen worden voor lastenverlichting."
"Natuurbeleid op basis van metingen
In plaats van op stikstof-rekenmodellen baseren we natuurbeleid en vergunningverlening uitsluitend op empirisch waarneembare gegevens."