Veiligheid op school voor alle leerlingen

De regering moet zorgen dat veiligheidsvoorzieningen op scholen, zoals meldroutes en vertrouwenspersonen, voor iedere leerling toegankelijk zijn. Leerlingen met een beperking of een neurodivers profiel (zoals autisme) hebben vaak andere manieren van communiceren nodig. Als zij niet goed kunnen melden, zijn zij niet echt beschermd tegen onveiligheid.

Motie van de leden Ceder en Rooderkerk over borgen dat veiligheidsvoorzieningen op scholen aantoonbaar toegankelijk zijn voor alle leerlingen van de school

De kamer, constaterende dat veiligheidsinstrumenten zoals meldroutes, vertrouwenspersonen en klachtenprocedures niet voor iedere leerling even toegankelijk zijn; overwegende dat leerlingen met een beperking, ondersteuningsbehoefte of neurodivers profiel vaak andere vormen van communicatie en ondersteuning nodig hebben om signalen van onveiligheid te kunnen delen; overwegende dat toegankelijkheid een noodzakelijke voorwaarde is voor daadwerkelijke bescherming; verzoekt de regering om in samenspraak met school- en leerlingenorganisaties te borgen dat veiligheidsvoorzieningen op scholen aantoonbaar toegankelijk zijn voor alle leerlingen van de school, ongeacht ondersteunings- en communicatiebehoefte.
17 juni | CU, D66 | Aangenomen: 149–1 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij pleit voor inclusief onderwijs waarbij de ondersteuning aansluit bij de mogelijkheden van elk kind, ongeacht leerproblemen of achtergrond [1]. Er wordt gestreefd naar een onderwijssysteem waarbij gekeken wordt naar wat een kind nodig heeft om te leren, in plaats van naar labels en indicaties [1]. Daarnaast wil de partij dat ondersteuning en zorg binnen de schoolomgeving beschikbaar zijn, zodat zorg in de eigen omgeving van het kind wordt geboden [2][3]. Het waarborgen van toegankelijke veiligheidsvoorzieningen voor leerlingen met specifieke communicatie- of ondersteuningsbehoeften sluit direct aan bij deze visie op maatwerk en inclusiviteit [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het toegankelijk maken van veiligheidsvoorzieningen voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte pleiten.

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  3. "heeft, wordt dat gratis aangeboden en zo veel mogelijk op de school zelf. Ook investeren we in het versterken van ouderbetrokkenheid in het onderwijs. Scholen krijgen middelen om ouders te ondersteunen bij de opvoeding en schoolgerelateerde uitdagingen."