De regering moet onderzoeken of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een specifiek bedrijf mag verbieden om uitzendkrachten in te zetten. Misstanden met uitzendkrachten komen vaak alleen voor bij bepaalde bedrijven en niet in de hele sector. Een gericht verbod is nodig om deze misstanden effectief aan te pakken.
Motie van het lid Patijn over verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen
De kamer,
overwegende dat misstanden met uitzendkrachten zelden in een hele
sector voorkomen, maar vaak juist alleen bij specifieke bedrijven;
overwegende dat in zo’n situatie een gericht uitzendverbod opgelegd zou
moeten kunnen worden;
constaterende dat de NLA nu wel een bedrijf stil kan leggen bij
misstanden, maar geen individueel uitzendverbod kan opleggen;
verzoekt de regering te verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden
gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen en de Kamer hier
voor het volgende commissiedebat Arbeidsmigratie over te informeren.
Argumenten voor: De partij wil misstanden bij malafide uitzendconstructies hard aanpakken [1] en streeft naar gerichte handhaving op structureel misbruik [2]. De partij wil juist géén generiek sectoraal uitzendverbod, maar wil wel malafide praktijken bestrijden zonder het hele systeem plat te leggen [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het vergroten van de bevoegdheden van de arbeidsinspectie, zolang de focus ligt op gerichte handhaving tegen misbruik en niet op een jacht op bonafide ondernemers [2].
Bronnen:
"Geen generiek uitzendverbod per sector, maar wij pakken misstanden bij malafide uitzendconstructies hard aan. Oneerlijke concurrentie, uitbuiting en malafide praktijken worden bestreden, zonder het hele systeem plat te leggen."
"Gerichte handhaving op structureel misbruik en schijnzelfstandigheid, met prioriteit bij kwetsbare situaties, maar géén jacht op bonafide ondernemers."