De regering moet onderzoeken of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een specifiek bedrijf mag verbieden om uitzendkrachten in te zetten. Misstanden met uitzendkrachten komen vaak alleen voor bij bepaalde bedrijven en niet in de hele sector. Een gericht verbod is nodig om deze misstanden effectief aan te pakken.
Motie van het lid Patijn over verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen
De kamer,
overwegende dat misstanden met uitzendkrachten zelden in een hele
sector voorkomen, maar vaak juist alleen bij specifieke bedrijven;
overwegende dat in zo’n situatie een gericht uitzendverbod opgelegd zou
moeten kunnen worden;
constaterende dat de NLA nu wel een bedrijf stil kan leggen bij
misstanden, maar geen individueel uitzendverbod kan opleggen;
verzoekt de regering te verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden
gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen en de Kamer hier
voor het volgende commissiedebat Arbeidsmigratie over te informeren.
Argumenten voor: De partij wil een einde maken aan uitbuiting en de sector weer eerlijk en concurrerend maken door malafide uitzendbureaus en schimmige constructies aan te pakken [2][1]. Een gericht verbod op specifieke bedrijven die misstanden vertonen, is een middel om deze malafide partijen effectief aan te pakken [2][1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het versterken van de handhaving tegen malafide uitzendbureaus of tegen het aanpakken van uitbuiting te zijn.
Bronnen:
"Einde aan uitbuiting van chauffeurs
We pakken onderbetaalde buitenlandse chauffeurs, schijnconstructies en illegale uitzendbureaus aan, zodat de sector weer eerlijk en concurrerend wordt."
"De transportsector is van cruciaal belang voor de Nederlandse economie, maar wordt al jaren verwaarloosd. Onze chauffeurs en bedrijven hebben te maken met oneerlijke concurrentie van onderbetaalde buitenlandse chauffeurs die via schimmige constructies en malafide uitzendbureaus in Nederland werkzaam zijn. Deze chauffeurs worden vaak onder het minimumloon betaald, wat neerkomt op uitbuiting. Dit leidt niet alleen tot verdringing van Nederlandse werknemers, maar ook tot oneerlijke concurrentie voor Nederlandse transportbedrijven die zich wél aan de regels houden."