Onderzoek naar gericht uitzendverbod door NLA

De regering moet onderzoeken of de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een specifiek bedrijf mag verbieden om uitzendkrachten in te zetten. Misstanden met uitzendkrachten komen vaak alleen voor bij bepaalde bedrijven en niet in de hele sector. Een gericht verbod is nodig om deze misstanden effectief aan te pakken.

Motie van het lid Patijn over verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen

De kamer, overwegende dat misstanden met uitzendkrachten zelden in een hele sector voorkomen, maar vaak juist alleen bij specifieke bedrijven; overwegende dat in zo’n situatie een gericht uitzendverbod opgelegd zou moeten kunnen worden; constaterende dat de NLA nu wel een bedrijf stil kan leggen bij misstanden, maar geen individueel uitzendverbod kan opleggen; verzoekt de regering te verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen en de Kamer hier voor het volgende commissiedebat Arbeidsmigratie over te informeren.
18 juni | onbekend | Aangenomen: 136–13 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil een einde maken aan uitbuiting en slechte arbeidsvoorwaarden [4][2]. Er wordt specifiek vermeld dat sectoren die hun omgang met mensen niet verbeteren, een uitzendverbod opgelegd moeten krijgen [1]. Daarnaast wil de partij de negatieve effecten van de flexibele arbeidsmarkt aanpakken [3] en het toezicht op de naleving van wetgeving aanscherpen [2].

Argumenten tegen: De partij geeft in de beschikbare fragmenten geen argumenten tegen het vergroten van de bevoegdheden van de inspectie of het inzetten van een uitzendverbod om misstanden aan te pakken.

Bronnen:

  1. "in te veel gevallen behandeld als stukgoed, waarbij zij door de koppeling van bed en baan kwetsbaar zijn voor dakloosheid. Sectoren die geen verbetering laten zien in hoe ze met mensen omgaan (zoals de vleessector), krijgen een uitzendverbod opgelegd. Zie hierover ook het kopje 'Arbeidsmigratie' in paragraaf 10.3."
  2. "Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
  3. "De negatieve uitwassen van onze flexibele arbeidsmarkt pakken we aan. Zoals de doorgeschoten flexibilisering in de vorm van een cultuur van uitbesteden en tijdelijke contracten. De sterke groei van het aantal werknemers met een flexibel contract en het aantal zzp'ers is geen natuurverschijnsel. Het is het gevolg van regels in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Het is de hoogste tijd om werk te maken van deze plannen en werknemers meer zekerheid te geven. Bijvoorbeeld via de wetsvoorstellen 'Meer zekerheid flexwerkers' en 'Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden', die spoedig door de Tweede Kamer behandeld moeten worden. Aan de andere kant moet het voor werkgevers (financieel) aantrekkelijker worden om mensen in vaste dienst te nemen. Daarom verlagen we de aof- en awf-premies."
  4. "De grootste groep migranten komt naar Nederland vanwege werk. Het gaat hier niet alleen om arbeid in sectoren als de logistiek of agrarische sector, maar ook om kennismigranten voor de Zuidas of Brainport Eindhoven. De ChristenUnie staat voor een 'economie van genoeg' waar welvaart hand in hand gaat met welzijn en de kwaliteit van leven. Lasten worden niet afgewenteld op de samenleving, terwijl de lusten alleen bij bedrijven liggen. Bedrijven kunnen floreren mits dit gepaard gaat met de bloei van werknemers. Dit is nu vaak nog niet het geval. Er moet een einde komen aan schrijnende leefomstandigheden en uitbuiting van"