De regering moet in Brussel pleiten voor het afschaffen van de indirecte kostencompensatie (IKC). Dit is een regeling om kosten te vergoeden. Europese landen hanteren namelijk allemaal verschillende regels voor deze regeling.
Motie van het lid Van Oosterhout over pleiten voor afschaffing van de IKC en, tot de afschaffing, voor een hogere investeringsplicht
De kamer,
overwegende dat Nederland de indirecte kostencompensatie (IKC) weer
heeft ingevoerd omdat andere EU-landen dat ook doen;
constaterende dat landen verschillende voorwaarden stellen aan de IKC;
verzoekt de regering in Brussel te pleiten voor het afschaffen van de IKC
en, tot de afschaffing, voor een hogere investeringsplicht.
Argumenten voor: De partij wil een gelijk Europees speelveld voor Nederlandse bedrijven [2]. Ze geven de voorkeur aan maatregelen op Europees niveau om te voorkomen dat vervuiling simpelweg verplaatst wordt [5] en waarschuwen dat nationale heffingen bovenop Europese regels niet altijd effectief zijn [3]. Daarnaast steunt de partij de noodzaak van grootschalige investeringen [1] en investeringen in innovatie [4], wat de roep om een hogere investeringsplicht ondersteunt.
Argumenten tegen: De partij wil dat de nationale CO2-heffing als instrument blijft bestaan [6].
Bronnen:
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
"Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."