Privacy van boeren beschermen bij doelsturing

De regering moet de privacy van boeren beschermen bij het invoeren van doelsturing. Nu is het risico groot dat gegevens via de Wet open overheid (Woo) herleidbaar zijn naar het woonadres van een boer. Door te leren van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa), die gegevens anoniem en via een onafhankelijke organisatie beheert, wordt het vertrouwen in de overheid vergroot.

Motie van de leden Grinwis en Den Hollander over lessen trekken uit de succesvolle aanpak van het antibioticagebruik in de veehouderij

De kamer, constaterende dat voor doelsturing grote hoeveelheden data op bedrijfsniveau moeten worden verzameld en verstrekt; overwegende dat er grote zorgen bestaan over openbaarmaking van bedrijfsspecifieke emissiegegevens via de Wet open overheid, mede omdat bij agrarische ondernemers het bedrijfsadres vaak samenvalt met het woonadres; overwegende dat gebrek aan vertrouwen in dataverzameling door de overheid de ontwikkeling en implementatie van doelsturing in de weg staat; overwegende dat bij de succesvolle aanpak van het hoge antibioticagebruik in de veehouderij de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) als onafhankelijke tussenorganisatie is opgericht voor monitoring en benchmarking, dat gegevens daarbij nooit meer te herleiden zijn naar individuele agrarische bedrijven, en dat er daarnaast ook bij overheidstoezicht gebruik kan worden gemaakt van modellen van toezicht op toezicht, zoals ook in andere sectoren wordt toegepast; verzoekt de regering om voor de succesvolle implementatie van doelsturing lessen te trekken uit de succesvolle aanpak van het antibioticagebruik in de veehouderij, en bij de verdere uitwerking van doelsturing rekening te houden met de bescherming van de privacy van de individuele boer en zijn gezin, bijvoorbeeld via een systeem van toezicht op toezicht, en de Kamer over de voortgang te informeren.
18 juni | CU, VVD | Aangenomen: 97–52 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat er zoveel mogelijk gestuurd wordt op doelen in plaats van op middelvoorschriften [1][2][5]. Hierbij moet de ondernemer zelf aan het stuur zitten en moet er gewerkt worden vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer [1][2]. Daarnaast wil de partij de regeldruk en de noodzaak voor kolossale administratiesystemen beperken [7]. Ook erkent de partij dat digitalisering risico's kent voor het recht op privacy [6]. Een model waarbij gegevens via een onafhankelijke instantie worden beheerd zonder deze direct herleidbaar te maken naar individuele bedrijven, sluit aan bij het streven naar minder regeldruk en meer vertrouwen [1][7].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat bij doelsturing altijd een 'stok achter de deur' moet blijven bestaan om te garanderen dat de emissiereductie daadwerkelijk wordt behaald [3]. Daarnaast wil de partij dat mineralenoverschotten per bedrijf inzichtelijk en handhaafbaar worden [4]. Als de voorgestelde privacybescherming in de motie het onmogelijk maakt om deze handhaving en inzichtelijkheid op bedrijfsniveau te waarborgen, zou de partij tegen kunnen stemmen.

Bronnen:

  1. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  2. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  4. "Om bedrijfsgericht te kunnen sturen op een duurzame kringloop zetten we in op het herinvoeren van een systeem van inputs en outputs, waardoor het mineralenoverschot per bedrijf inzichtelijk en handhaafbaar wordt. Krimp van de veestapel is geen doel, maar de omvang van de veestapel moet wel in balans komen met het natuurlijke systeem (bodem, water, natuur). Daarbij wordt rekening gehouden met natuurlijk verloop door vergrijzing. Met de boer aan het roer kunnen veel schadelijke emissies worden teruggedrongen. Daar waar boeren zicht redelijkerwijs te weinig inspannen voor het behalen van een haalbaar doel, kan krimp van de veestapel op bedrijfsniveau de consequentie zijn."
  5. "Deze onnodige regeldruk moet minder, of het nu om mkb-bedrijven, financiële instellingen of beursgenoteerde ondernemingen gaat. Wat de ChristenUnie betreft stuurt de overheid op doelen in plaats van middelvoorschriften, waarbij ondernemers zelf aan het stuur zitten om deze te bereiken, en niet voorgeschreven krijgen op welke wijze ze deze doelen moeten halen."
  6. "Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."
  7. "Dat een vitale en duurzame economie mogelijk is, laten veel bedrijven al zien. Ze dragen door slimme innovaties bij aan de waardecreatie van de toekomst. Als goede werkgevers dragen ze zorg voor hun personeel en maken verantwoorde keuzes als het gaat om duurzaamheid en milieu. Natuurlijk is normering vanuit de overheid hierbij nodig, bijvoorbeeld om achterblijvers te prikkelen om ook die goede keuzes te maken. Dit leidt soms echter tot overregulering, waarbij van bedrijven wordt gevraagd om kolossale administratiesystemen bij te houden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel. Ondernemers die alle ritten van hun personeel bijhouden en rapporteren. Kleine bedrijven die met moeite voldoen aan de gedetailleerde CSRDuitvragen van bedrijven verderop in de keten. Of financiële instellingen die rapporteren over talloze indicatoren, zonder dat dit hun portefeuille daadwerkelijk duurzamer maakt."