De regering moet wachten op besluiten uit Brussel en een overgangsperiode regelen voor geconditioneerd transport (gekoeld vervoer). Er is nu niet genoeg gekoeld vervoer beschikbaar om de hele pluimveesector te bedienen. Zonder deze extra tijd daalt de slachtcapaciteit met de helft.
Motie van het lid Ten Hove c.s. over de besluitvorming in Brussel afwachten en een passende overgangsperiode hanteren
De kamer,
constaterende dat de voorgenomen beleidsregel voor diertransporten bij
temperaturen boven de 30 graden is bedoeld om het dierenwelzijn tijdens
warme dagen te verbeteren en er juist op dit punt vanuit Brussel nieuwe
richtlijnen komen;
constaterende dat vanuit de pluimveevleessector is aangegeven dat de
beleidsregel kan leiden tot een vermindering van de beschikbare
slachtcapaciteit met circa 50%, mede doordat toezicht tijdens koelere
momenten, zoals in de nacht en in de weekenden, momenteel niet
structureel beschikbaar is;
constaterende dat geconditioneerd transport voor het pluimvee zich in de
afrondende fase van ontwikkeling bevindt, maar dat de beschikbare
productiecapaciteit ontoereikend is om vóór 1 april 2027 de gehele sector
van voldoende geconditioneerd transport te voorzien;
verzoekt de regering de besluitvorming in Brussel af te wachten en een
passende overgangsperiode te hanteren waarin geconditioneerd transport
op voldoende schaal beschikbaar kan komen.
Argumenten voor: De partij ziet Europese regelgeving als een kans, mits deze proactief en verstandig wordt geïmplementeerd om te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overbelast met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [2]. Bovendien zet de partij in op een Europees gelijk speelveld [3].
Argumenten tegen: De partij vindt dat mensen de plicht hebben om op een goede manier met dieren om te gaan en dat er eisen gesteld en gehandhaafd moeten worden aan dierenwelzijn, waaronder regels rond het transport van dieren [1].
Bronnen:
"Mensen hebben de verantwoordelijkheid en de plicht om op een goede manier met dieren om te gaan. Voor de dierhouderij betekent dit dat er eisen worden gesteld (en gehandhaafd) aan dierenwelzijn met betrekking tot het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Boeren worden bij dit traject naar het voldoen aan de (wettelijke) verplichting, geholpen met voorlichting en met financiële prikkels. Er is ook aandacht voor weidegang, het voorkomen van stalbranden, het terugdringen van het gebruik van antibiotica, regels rond transport van dieren en het naleven van de regels in slachthuizen. Voor consumenten moet de registratie van huisdieren verbeterd worden, malafide handel op online platforms worden aangepakt en dierenleed worden bestreden."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."