De regering moet alle scholen in het voortgezet onderwijs stimuleren om wekelijks minstens 60 minuten tijd vrij te maken voor begeleid vrij lezen. De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt namelijk al jaren. Leerlingen die op school structureel en onder begeleiding tijd krijgen om vrij te lezen, gaan gemiddeld vaker en beter lezen.
Motie van de leden Biekman en Rooderkerk over minstens 60 minuten begeleid vrij lezen per week in het voortgezet onderwijs
De kamer,
constaterende dat de leesvaardigheid en leesmotivatie van Nederlandse
jongeren al jaren dalen en ongeveer een op de drie 15-jarigen onvoldoende leesvaardig is;
constaterende dat slechts 16% van de scholen de aanbevolen 60 minuten
vrij lezen per week haalt;
constaterende dat het leesonderwijs in het voortgezet onderwijs nog te
vaak beperkt blijft tot het vak Nederlands en een schoolbrede aanpak vaak
ontbreekt;
overwegende dat leerlingen die op school structureel en onder
begeleiding tijd krijgen om vrij te lezen, gemiddeld vaker én beter gaan
lezen;
verzoekt de regering te stimuleren dat alle scholen in het voortgezet
onderwijs minstens 60 minuten per week inruimen voor begeleid vrij
lezen.
Argumenten voor: De partij erkent dat de lees- en rekenvaardigheid van kinderen afneemt [2] en dat het risico op laaggeletterdheid bij een steeds grotere groep kinderen aanwezig is [1]. Er wordt gesteld dat projecten die de lees- en taalvaardigheid bevorderen belangrijk zijn en dat dergelijke initiatieven aangevuld moeten worden met een veel bredere aanpak [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het stimuleren van leesvaardigheid of het inruimen van leestijd op scholen zijn.
Bronnen:
"Het risico op laaggeletterdheid is in toenemende mate aanwezig bij een steeds grotere groep kinderen en verdient onze blijvende aandacht. Projecten als Bieb op school zijn belangrijk om lees- en taalvaardigheid te blijven bevorderen en dergelijke projecten moeten aangevuld worden met een veel bredere aanpak gericht op jong en oud."
"We koesteren de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Goede leerkrachten en docenten zijn allerminst vanzelfsprekend. Er is een groot lerarentekort. Leerkrachten in probleemwijken vallen vaker uit, terwijl juist hier onderwijs de gemeenschap kan versterken. In internationale vergelijkingen gaat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit: de lees- en rekenvaardigheid van kinderen neemt af. Niet elk kind heeft een passende onderwijsplek. Er kiezen niet voldoende jongeren voor een vakopleiding op het mbo en we leveren te weinig technische studenten af."