Het kabinet moet zorgen dat leerlingen in het funderend onderwijs (basisonderwijs en middelbare school) geen achterstanden hebben in taal en rekenen. Het mbo is namelijk bedoeld voor beroepsopleidingen en niet om basisvaardigheden in te halen.
Motie van het lid Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren
De kamer,
constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden
moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn
aangeleerd;
overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en
beroepsopleiding;
verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen
zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het
mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet.
Argumenten voor: De partij stelt dat de basis in het onderwijs momenteel niet op orde is en dat te veel kinderen met te weinig vaardigheden van school gaan [2]. Zij willen deze trend doorbreken door specifiek in te zetten op basisvaardigheden [2] en laaggeletterdheid (zoals lezen en rekenen) te verminderen [3]. Daarnaast wordt het belang van het tegengaan van achterstanden [4] en het behalen van een startkwalificatie benadrukt [1].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om de motie tegen te stemmen; er wordt niet gesuggereerd dat het mbo de verantwoordelijkheid voor het repareren van basisvaardigheden moet behouden.
Bronnen:
"Kansrijk van start. We zorgen ervoor dat kinderen zonder diploma een startkwalificatie halen. Zo hebben ze een grotere kans op een goede baan. We investeren in het praktijkonderwijs en het vmbo-onderwijs. We verruimen de mogelijkheden om al op het vmbo een startkwalificatie te halen zonder dat leerlingen hiervoor naar een andere school hoeven."
"Betere onderwijskwaliteit. De basis is nu niet op orde. Te veel kinderen in Nederland gaan met te weinig vaardigheden en kennis van school. We keren de trend door in te zetten op de basisvaardigheden en meer kennis- en contextrijk onderwijs. We geven leraren het vertrouwen, voldoende ruimte en mogelijkheden om onderwijs van hoge kwaliteit te kunnen realiseren."
"Terugdringen laaggeletterdheid. Ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, rekenen en het gebruik van computer of smartphone. Samen met de gemeenten zorgen we er voor dat mensen dicht in hun buurt een goede cursus kunnen volgen om te leren lezen, rekenen en digitaal op weg te komen."
"Bijles gericht op tegengaan achterstanden. Soms is bijles nodig voor wat extra steun in een bepaald vak of vaardigheid. Dit moet toegankelijk zijn voor ieder kind. Scholen krijgen de ruimte om dit zelf te organiseren met (vak)docenten of met maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk. Publiek gefinancierde scholen mogen niet meer samenwerken of gesponsord worden door commerciële bijlesorganisaties."