De regering moet alle plannen voor Powerport Moerdijk gelijkwaardig beoordelen. Een kleinere variant mag geen schijnkeuze zijn waarbij de uitkomst eigenlijk al vaststaat. Er moet eerlijk worden gekeken naar de effecten op natuur en leefbaarheid. Ook moet duidelijk zijn of de plannen de nationale opgave echt verkleinen of alleen maar uitstellen.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over een gelijkwaardige beoordeling van alle scenario's voor Powerport Moerdijk
De kamer,
constaterende dat het kabinet een kleinere variant voor Powerport
Moerdijk verkent;
constaterende dat eerder de zoekrichtingen oost en zuidoost zijn
onderzocht en dat daaraan randvoorwaarden, effecten en ingrijpende
gevolgen voor inwoners, boeren en ondernemers verbonden zijn;
overwegende dat Moerdijk geen bestuurlijke schijnkeuze mag worden
voorgelegd waarbij de uitkomst feitelijk al vaststaat;
overwegende dat een kleinere variant alleen serieus kan worden
beoordeeld als deze op exact dezelfde wijze wordt getoetst als de eerdere
scenario’s;
verzoekt de regering alle scenario’s gelijkwaardig te beoordelen op
onderdelen als ruimtebeslag, milieuruimte, leefbaarheid, landbouw,
natuur, kosten en toekomstvastheid tot 2050;
verzoekt de regering daarbij expliciet onderscheid te maken tussen
daadwerkelijke verkleining van de nationale opgave en fasering of
gedeeltelijke inpassing van dezelfde opgave.
Argumenten voor: De partij wil Nederland uit de huidige stagnatie en het 'stikstofmoeras' halen door middel van doortastend beleid en het maken van grote keuzes [1][4]. Om dit te bereiken, is een heldere beoordeling van de impact van scenario's op de natuur, landbouw en leefbaarheid noodzakelijk [2][5]. Bovendien sluit het verzoek om onderscheid te maken tussen een werkelijke verkleining van de opgave en het enkel faseren (uitstellen) ervan aan bij de wens om de transitie daadwerkelijk te versnellen en te voorkomen dat de overheid en het land vastlopen [2][3][1].
Argumenten tegen: De partij pleit nadrukkelijk voor grootschalige investeringen en grote structuurkeuzes om de energievoorziening en economie te versterken [1][4]. Er bestaat een risico dat het eisen van een 'gelijkwaardige' beoordeling van alle scenario's de focus verlegt van de noodzakelijke schaal van projecten naar kleinere varianten die wellicht onvoldoende bijdragen aan het oplossen van de grote uitdagingen [1].
Bronnen:
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
"De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"