Eerlijke toetsing van Powerport Moerdijk

De regering moet alle plannen voor Powerport Moerdijk gelijkwaardig beoordelen. Een kleinere variant mag geen schijnkeuze zijn waarbij de uitkomst eigenlijk al vaststaat. Er moet eerlijk worden gekeken naar de effecten op natuur en leefbaarheid. Ook moet duidelijk zijn of de plannen de nationale opgave echt verkleinen of alleen maar uitstellen.

Motie van het lid Van Duijvenvoorde over een gelijkwaardige beoordeling van alle scenario's voor Powerport Moerdijk

De kamer, constaterende dat het kabinet een kleinere variant voor Powerport Moerdijk verkent; constaterende dat eerder de zoekrichtingen oost en zuidoost zijn onderzocht en dat daaraan randvoorwaarden, effecten en ingrijpende gevolgen voor inwoners, boeren en ondernemers verbonden zijn; overwegende dat Moerdijk geen bestuurlijke schijnkeuze mag worden voorgelegd waarbij de uitkomst feitelijk al vaststaat; overwegende dat een kleinere variant alleen serieus kan worden beoordeeld als deze op exact dezelfde wijze wordt getoetst als de eerdere scenario’s; verzoekt de regering alle scenario’s gelijkwaardig te beoordelen op onderdelen als ruimtebeslag, milieuruimte, leefbaarheid, landbouw, natuur, kosten en toekomstvastheid tot 2050; verzoekt de regering daarbij expliciet onderscheid te maken tussen daadwerkelijke verkleining van de nationale opgave en fasering of gedeeltelijke inpassing van dezelfde opgave.
25 juni | FVD | Aangenomen: 129–21 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma FvD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de koers van het huidige beleid fundamenteel herzien en vraagt zich af of het huidige beleid, inclusief grote projecten, wel verstandig is [1]. Zij pleiten voor een verkleining van de overheid en willen stoppen met het uitgeven van grote hoeveelheden geld aan

Argumenten tegen: De partij geeft in de beschikbare fragmenten geen argumenten die het handhaven van de huidige koers van grote projecten of het voorkomen van verkleining ondersteunen.

Bronnen:

  1. "Deze zelfbeperking van het CPB vinden wij problematisch. Want het gaat ons er nu juist om, een aantal hoofdlijnen van het huidige beleid - zoals het klimaatbeleid en het sluiten van het Groninger gasveld - te heroverwegen. Wij vinden dat we ons bij verkiezingen met zijn allen moeten afvragen: was datgene wat we tot nu toe hebben gedaan eigenlijk wel zo verstandig? Of moeten we ons beleid wellicht fundamenteel herzien? Als dat soort vragen buiten de reikwijdte van het CPB vallen - wat héb je dan aan een ' doorrekening'?"