De regering moet alle plannen voor Powerport Moerdijk gelijkwaardig beoordelen. Een kleinere variant mag geen schijnkeuze zijn waarbij de uitkomst eigenlijk al vaststaat. Er moet eerlijk worden gekeken naar de effecten op natuur en leefbaarheid. Ook moet duidelijk zijn of de plannen de nationale opgave echt verkleinen of alleen maar uitstellen.
Motie van het lid Van Duijvenvoorde over een gelijkwaardige beoordeling van alle scenario's voor Powerport Moerdijk
De kamer,
constaterende dat het kabinet een kleinere variant voor Powerport
Moerdijk verkent;
constaterende dat eerder de zoekrichtingen oost en zuidoost zijn
onderzocht en dat daaraan randvoorwaarden, effecten en ingrijpende
gevolgen voor inwoners, boeren en ondernemers verbonden zijn;
overwegende dat Moerdijk geen bestuurlijke schijnkeuze mag worden
voorgelegd waarbij de uitkomst feitelijk al vaststaat;
overwegende dat een kleinere variant alleen serieus kan worden
beoordeeld als deze op exact dezelfde wijze wordt getoetst als de eerdere
scenario’s;
verzoekt de regering alle scenario’s gelijkwaardig te beoordelen op
onderdelen als ruimtebeslag, milieuruimte, leefbaarheid, landbouw,
natuur, kosten en toekomstvastheid tot 2050;
verzoekt de regering daarbij expliciet onderscheid te maken tussen
daadwerkelijke verkleining van de nationale opgave en fasering of
gedeeltelijke inpassing van dezelfde opgave.
Argumenten voor: De partij stelt dat de situatie rondom de energie-opgave te complex is om enkel op basis van vaste reductiedoelen te sturen, mede vanwege de milieugevolgen van alternatieve energiebronnen [2]. Daarnaast wil de partij weg van een te eenzijdig 'maakbaarheidsdenken' [2]. Een motie die vraagt om een integrale afweging van verschillende scenario's (zoals een kleinere variant van een project) op diverse effecten zoals milieu, landbouw en ruimtebeslag, sluit aan bij deze behoefte aan een realistische en brede beoordeling van de gevolgen van energieprojecten [2].
Argumenten tegen: De partij wil weliswaar een versnelling van de procedures voor de aanleg van de benodigde energie-infrastructuur, zoals kabels en trafo's [1], maar de tekst biedt geen directe argumenten om een grondige en gelijkwaardige toetsing van scenario's af te wijzen.
Bronnen:
"De SGP wil versnelling van procedures voor aanleg van trafo's en kabels. Er komt hiervoor een stikstofvrijstelling."
"De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."