De regering moet nieuwe manieren zoeken om de infrastructuur te betalen. Het huidige geld is niet genoeg voor het grote onderhoud aan wegen en bruggen. Ook moet de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken goed blijven. De regering moet daarom opties voor extra geld voorleggen, zoals het uitbreiden van tolheffing of de inzet van pensioenfondsen.
Motie van het lid Van Leijen over uitgewerkte beleidsopties voor aanvullende middelen voor infrastructuur aan de Kamer voorleggen
De kamer,
overwegende dat de onderhoudsopgave voor de Nederlandse infra
omvangrijk en urgent is;
overwegende dat de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties
gewaarborgd moet blijven;
constaterende dat de beschikbare publieke middelen voor infra onvoldoende zijn om de opgaven tijdig te realiseren;
overwegende dat naast prioritering ook de structurele versterking van de
financieringsbasis van infrastructuur noodzakelijk is;
verzoekt de regering zich in te spannen om zo spoedig mogelijk uitgewerkte beleidsopties aan de Kamer voor te leggen die voorzien in
aanvullende financiële middelen voor infrastructuur, inclusief een analyse
van de mogelijke opbrengsten, de uitvoerbaarheid en de voor- en
nadelen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar een stand van
zaken te sturen;
verzoekt de regering daarbij in ieder geval de volgende opties te
betrekken:
– invoering van een vorm van het Oostenrijkse model;
– uitbreiding van tolheffing en andere vormen van gebruiksfinanciering;
– versterking van publiek-private samenwerkingen;
– structurele participatie van Nederlandse pensioenfondsen in infrafinanciering;
– koppelen van infravoorzieningen aan commerciële aanbestedingen;
– bijdragen van baathouders, waaronder bedrijven, grondeigenaren en
vastgoedeigenaren, in de bekostiging van infra.
Argumenten voor: De partij streeft naar fors en duurzaam investeren in cruciale infrastructuur [1] en wil een groot infrastructureel investeringsplan doorvoeren om onder andere het spoor en de bouw van woningen te versnellen [3]. De noodzaak voor aanvullende middelen voor de infrastructuur sluit daarmee aan bij de doelstellingen van de partij [3].
Argumenten tegen: De partij wil investeringen primair realiseren via de rijksbegroting, een Nationale Investeringsbank en een Investeringsfonds voor Vooruitgang [1]. Er is een sterke voorkeur voor publieke regie; de partij vindt dat maatschappelijke taken niet aan de markt moeten worden overgelaten [4] en dat voorzieningen geen verdienmodel voor bedrijven mogen worden [2]. De in de motie genoemde opties, zoals publiek-private samenwerkingen en commerciële aanbestedingen, staan daarom op gespannen voet met de standpunten van de partij [2][4].
Bronnen:
"Een investeringskabinet voor onze toekomst. Nederland heeft een regering nodig die fors en duurzaam gaat investeren in cruciale infrastructuur, volkshuisvesting, onderwijs en innovatie. En zo de economie en de positie van werknemers structureel versterkt. Dit doen we onder andere via de rijksbegroting, een Nationale Investeringsbank en een Investeringsfonds voor Vooruitgang."
"Betaalbaar en transparant opladen. Wie elektrisch rijdt moet altijd en overal eerlijk en betaalbaar kunnen laden. Daarom werken we aan een landelijk dekkend netwerk van publieke laadpunten. In opmaat daarnaartoe maken we de prijzen van laadpalen transparant en direct zichtbaar, zodat niemand voor verrassingen komt te staan. De overheid grijpt actief in bij prijsafspraken en misbruik. Met boetes en het intrekken van vergunningen bij exploitanten die de regels overtreden. Op termijn willen we dat laadpalen net zo vanzelfsprekend en publiek worden als straatverlichting of riolering. Geen verdienmodel voor bedrijven, maar een betrouwbare voorziening voor iedereen. Zo versnellen we de overstap naar schoon vervoer en houden we het eerlijk, toegankelijk en betaalbaar."
"Deze tijd vraagt om een groot investeringsplan. We voeren een groot infrastructureel investeringsplan door. Dit investeringsplan versnelt procedures en de bouw van woningen, de energievoorziening, het spoor en de drinkwatervoorziening, waarmee structureel de toekomstige economie van het moderne Nederland wordt versterkt. Het biedt duidelijkheid aan werknemers en bedrijven, zorgt voor een overgang naar een duurzame schone productie voor ons klimaat, met oog voor regionale werkgelegenheid en draagvlak."
"Afvalinzameling en verwerking terug in publieke handen. Afvalinzameling en verwerking is een maatschappelijke taak, die wat ons betreft niet overgelaten kan worden aan de markt. Door deze taak te privatiseren zijn er te veel negatieve financiele prikkels voor bedrijven om winst boven hun maatschappelijke taken te stellen met veel negatieve gevolgen van dien. Afvalverwerking en inzameling worden weer onderdeel van de publieke sector."