Meer geld voor infrastructuur

De regering moet nieuwe manieren zoeken om de infrastructuur te betalen. Het huidige geld is niet genoeg voor het grote onderhoud aan wegen en bruggen. Ook moet de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken goed blijven. De regering moet daarom opties voor extra geld voorleggen, zoals het uitbreiden van tolheffing of de inzet van pensioenfondsen.

Motie van het lid Van Leijen over uitgewerkte beleidsopties voor aanvullende middelen voor infrastructuur aan de Kamer voorleggen

De kamer, overwegende dat de onderhoudsopgave voor de Nederlandse infra omvangrijk en urgent is; overwegende dat de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties gewaarborgd moet blijven; constaterende dat de beschikbare publieke middelen voor infra onvoldoende zijn om de opgaven tijdig te realiseren; overwegende dat naast prioritering ook de structurele versterking van de financieringsbasis van infrastructuur noodzakelijk is; verzoekt de regering zich in te spannen om zo spoedig mogelijk uitgewerkte beleidsopties aan de Kamer voor te leggen die voorzien in aanvullende financiële middelen voor infrastructuur, inclusief een analyse van de mogelijke opbrengsten, de uitvoerbaarheid en de voor- en nadelen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar een stand van zaken te sturen; verzoekt de regering daarbij in ieder geval de volgende opties te betrekken: – invoering van een vorm van het Oostenrijkse model; – uitbreiding van tolheffing en andere vormen van gebruiksfinanciering; – versterking van publiek-private samenwerkingen; – structurele participatie van Nederlandse pensioenfondsen in infrafinanciering; – koppelen van infravoorzieningen aan commerciële aanbestedingen; – bijdragen van baathouders, waaronder bedrijven, grondeigenaren en vastgoedeigenaren, in de bekostiging van infra.
30 juni | D66 | Aangenomen: 115–35 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil het onderhoud van infrastructuur en de aanleg van nieuwe lijnen financieren via heffingen voor autorijden en luchtvaart [1]. Daarnaast pleit de partij voor het opzetten van een Nationale Investeringsbank om het voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, makkelijker te maken om te investeren [2], en wil zij garantstellingen aantrekkelijker maken voor pensioenfondsen en verzekeraars om te investeren in bouwprojecten [4]. Ook wordt de koppeling tussen mobiliteit en woningbouw genoemd, waarbij de woningbouwopgave deels uit het Mobiliteitsfonds gefinancierd kan worden [5]. Tot slot wil de partij een belasting invoeren op (onbenutte) fysieke ruimte of grond [3], wat aansluit bij het laten bijdragen van grondeigenaren aan de bekostiging van infra.

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen de zoektocht naar aanvullende financieringsmiddelen voor infrastructuur of de specifieke genoemde methoden te stemmen.

Bronnen:

  1. "Onderhoud van bestaande infrastructuur, aanleg van nieuwe lijnen betalen en stimuleren we uit de heffingen voor autorijden en luchtvaart en door middel van besparing op het wegennet."
  2. "We richten een Nationale Investeringsbank (NIB) op met voldoende publieke middelen, toegang tot de kapitaalmarkt middels staatsgarantie en een breed mandaat om de Nederlandse investeringsopgave te kunnen realiseren. De NIB moet een professionele instelling worden op afstand van de Kamer. Om deze investeringsbank op te zetten zal een eenmalige publieke investering van tien miljard euro nodig zijn, waarmee op de kapitaalmarkten het tienvoudige opgehaald kan worden. Om versnippering van het investeringslandschap tegen te gaan en de economische slagkracht van ons land te vergroten, zal de NIB bestaande fondsen en investeringsinstellingen bundelen. Een NIB zal het makkelijker en overzichtelijker maken voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, om mee te investeren, maar ook om van de Europese Investeringsbank (EIB) meer geld te ontvangen voor innovatieve projecten. Het opzetten van een NIB maakt het dus mogelijk om sleuteltechnologieën, duurzame innovatie en maatschappelijk verdienvermogen te financieren."
  3. "In Nederland kennen we een groot gebrek aan fysieke ruimte. Grond om op te bouwen en ruimte om in te wonen is schaars. Daarom wordt hier veel mee gespeculeerd, waardoor die schaarste groter wordt. We gaan daarom een belasting op elke vorm van (onbenutte) fysieke ruimte of grond invoeren, waardoor het niet meer zal lonen om te speculeren met grondbezit. Daarnaast voeren we een gemeentelijke heffing op de stijging van grondwaarde in, zodat maatschappelijke investeringen ook maatschappelijke winsten opleveren."
  4. "De Rijksoverheid treedt vaker op als medefinancier van bouwprojecten voor betaalbare woningen, bijvoorbeeld door leningen of garanties te verstrekken. Voor het aanpakken van de grote tekorten aan middenwoningen, onderzoekt de Rijksoverheid of de WSW-garantstelling kan worden uitgebreid naar het middensegment. We onderzoeken ook of deze garantstelling toegankelijk kan worden gemaakt voor andere marktpartijen, zodat het bijvoorbeeld ook voor pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker wordt om te blijven investeren in woningbouw- en beheer. Om meer overheidsfinanciering bij woonprojecten mogelijk te maken, dringt Nederland er bij de Europese Commissie op aan dat de staatssteunregels voor huisvesting worden versoepeld."
  5. "Mobiliteit en woningbouw hangen nauw samen, omdat bij nieuwe woonwijken ook wegen en openbaar vervoer moeten worden gerealiseerd. De woningbouwopgave wordt dan ook deels uit het Mobiliteitsfonds gefinancierd. We onderzoeken of het voordelen heeft om woningbouw en mobiliteit samen te voegen in een op te richten ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit."