De regering moet beter onderbouwen hoe het doel om 46 tot 50 kiloton ammoniak te verminderen wordt gehaald. Het huidige beleid sluit namelijk mogelijk niet goed aan bij de plannen voor de Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden).
Motie van het lid Grinwis over een nadere onderbouwing van het ammoniakreductiedoel
De kamer,
overwegende dat in het maatregelpakket van het kabinet potentieel
spanning zit tussen het voorgenomen generieke beleid en wat daadwerkelijk nodig is vanuit de beheerplannen van de Natura 2000-gebieden;
verzoekt de regering in dat licht het beoogde totale ammoniakreductiedoel van 46 tot 50 kiloton bij de uitwerking van het maatregelpakket
nader te onderbouwen.
Argumenten voor: De partij wil af van het blind volgen van rekenmodellen en het hanteren van abstracte doelen [2]. In plaats daarvan pleit de partij voor concrete oplossingen [2] en een nieuwe natuurdoelanalyse voor alle Natura 2000-gebieden op basis van een evenwichtige leidraad [1]. Deze analyse moet niet alleen stikstof als factor meenemen, maar ook water, bodem en beheer, inclusief een sociaaleconomische toets [1]. Daarnaast stelt de partij dat natuurbeleid in balans moet zijn met de economie, voedselvoorziening en leefbaarheid [2].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Nieuwe natuurdoelanalyse. Op basis van een evenwichtige op te stellen leidraad. Deze wordt opgesteld voor alle Natura 2000 gebieden. Niet alleen stikstof, ook droogte, water, bodem en beheer, worden hierbij als drukfactoren meegenomen. Deze vormen de basis voor nieuwe beheerplannen met een sociaaleconomische toets op de natuurherstel- en bronmaatregelen."
"BBB heeft in het kabinet-Schoof een duidelijke koers ingezet: niet het blind volgen van rekenmodellen, maar het stellen van een rekenkundige ondergrens die Nederland van het slot haalt en toekomstbestendig is. Geen abstracte doelen, maar concrete oplossingen. Een pas op de plaats in beleid dat boeren van het land drijft. BBB wil de nationale koppen op Europees beleid schrappen en meer ruimte bieden aan boeren om via innovatie, vakmanschap en grondgebonden werken bij te dragen aan natuurherstel én voedselzekerheid. Tegelijkertijd erkennen we dat natuur belangrijk is. Maar natuurbeleid moet in balans zijn met economie, voedselvoorziening en leefbaarheid. We kiezen niet voor klimaatgekte, maar voor klimaatrealisme: beleid dat werkt, uitvoerbaar is en draagvlak heeft. Onze boeren verdienen waardering - geen wantrouwen. Zij zijn geen vervuilers, maar verzorgers van het land. Wie natuurherstel wil, kan niet zonder de kennis en ervaring van de mensen die met de natuur werken."