De regering moet beter onderbouwen hoe het doel om 46 tot 50 kiloton ammoniak te verminderen wordt gehaald. Het huidige beleid sluit namelijk mogelijk niet goed aan bij de plannen voor de Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden).
Motie van het lid Grinwis over een nadere onderbouwing van het ammoniakreductiedoel
De kamer,
overwegende dat in het maatregelpakket van het kabinet potentieel
spanning zit tussen het voorgenomen generieke beleid en wat daadwerkelijk nodig is vanuit de beheerplannen van de Natura 2000-gebieden;
verzoekt de regering in dat licht het beoogde totale ammoniakreductiedoel van 46 tot 50 kiloton bij de uitwerking van het maatregelpakket
nader te onderbouwen.
Argumenten voor: De partij pleit voor een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen [4] en streeft naar meer doelsturing [1][4] in plaats van een stapeling van middelvoorschriften [4]. Daarnaast is de partij kritisch over eisen die van bovenaf worden opgelegd [3]. De motie vraagt om een betere onderbouwing van het reductiedoel in het licht van specifieke beheerplannen voor Natura 2000-gebieden, wat aansluit bij de wens voor een meer gebiedsgerichte en doelgerichte benadering.
Argumenten tegen: De partij wil de afname van productie- en fosfaatrechten beperken om de normale bedrijfsontwikkeling niet onnodig te belemmeren [2] en zet zich in voor meer ruimte voor de landbouw, bijvoorbeeld door het behoud van derogatie [5]. Het nader onderbouwen van een reductiedoel zou in de praktijk kunnen leiden tot strengere regels voor de agrarische sector.
Bronnen:
"Er komt een agrarische autoriteit, vergelijkbaar met de Autoriteit Diergeneesmiddelen, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van doelsturing."
"De afroming van productie- en fosfaatrechten bij transacties wordt ingeperkt, zodat normale bedrijfsontwikkeling niet onnodig belemmerd wordt."
"De SGP is kritisch over van bovenaf opgelegde eisen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij. Het doorkruist samenwerkingsverbanden met andere bedrijven en voegt weinig toe aan normen voor doelsturing."
"Gebieden waar de landbouw weinig problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt, worden niet aangewezen als kwetsbaar gebied voor de Nitraatrichtlijn. Het volgende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn bevat de volgende elementen: 1) meer doelsturing, bijvoorbeeld op basis van het stikstofbodemoverschot, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften, 2) een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen, 3) meer ruimte voor het uitrijden van mest bij hoge gewasopbrengsten."
"Waar mogelijk wordt kunstmest vervangen door dierlijke mest. De Nitraatrichtlijn moet daarom herzien worden, inclusief het afschaffen van de eendimensionale 170 kilogram norm voor dierlijke mest. Hoe lastig ook, de SGP blijft zich sterk maken voor een vorm van derogatie waar Brussel inhoudelijk niets tegenin kan brengen. Derogatie voor blijvend grasland, met voorwaarden als weidegang, grondgebondenheid en/of een korting op de stikstofgebruiksnorm om ervoor te zorgen dat een derogatieaanvraag kans maakt. Renure verdient sowieso ruimte. Het is ook nodig om een ontsporende mestmarkt te voorkomen."