De regering moet bij Defensie bij vacatures meer kijken naar vaardigheden in plaats van alleen naar diploma's. Defensie heeft namelijk grote personeelstekorten. Er zijn veel mensen met de juiste vaardigheden, maar zij hebben niet het vereiste diploma. Door op wat iemand kan te letten in plaats van op een diploma, kunnen deze tekorten worden verminderd.
Motie van het lid Jagtenberg over bij werving nadrukkelijker sturen op vaardigheden in plaats van uitsluitend op diploma-eisen
De kamer,
overwegende dat jaarlijks meer dan 22.000 mbo-studenten hun opleiding
vroegtijdig afbreken zonder startkwalificatie;
overwegende dat er binnen Defensie functies zijn met grote personeelstekorten, terwijl er mensen beschikbaar zijn die wel over de benodigde
vaardigheden beschikken maar niet over het vereiste diploma;
overwegende dat een grote nadruk op vaardigheden in plaats van
uitsluitend diploma’s kan bijdragen aan het verkleinen van personeelstekorten en dat Defensie veel investeert in persoonlijke ontwikkeling;
verzoekt de regering om, waar dit vanuit de functie-inhoud mogelijk is, bij
vacatures en werving binnen Defensie nadrukkelijker te sturen op
vaardigheden in plaats van uitsluitend op diploma-eisen, dit actief uit te
dragen en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat het mbo toegankelijk is voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding [1]. Daarnaast erkent de partij de personeelstekorten in publieke sectoren zoals defensie [4] en zet zij zich in voor de werving van defensiepersoneel [2]. Verder pleit de partij voor een aanpak waarbij gekeken wordt naar wat iemand nodig heeft in plaats van naar labels en indicaties [5].
Argumenten tegen: Hoewel de partij een lage toegangsdrempel voor zijinstromers in het onderwijs wil, stelt zij dat er wel hoge eisen gesteld moeten worden aan het opleidingsniveau [3].
Bronnen:
"Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
"Het moet gewoon worden dat iedere Nederlander zich een specifieke periode van zijn leven inzet voor de gemeenschap. Iedereen vervult dienstplicht, maatschappelijk of militair. Op basis van persoonlijke motivatie kunnen jongeren de keuze maken voor de krijgsmacht of elders in de samenleving. In aanloop naar deze dienstplicht breiden we het dienjaar bij defensie uit naar Zweeds voorbeeld. Alle achttienjarigen vullen een enquête in en de gemotiveerde jongeren worden uitgenodigd voor een dienjaar. Dit model verlaagt de drempel voor jongeren om voor defensie te kiezen. We blijven ook op andere manieren inzetten op de werving van defensiepersoneel (zoals Defensity college en de mbo-opleiding VeVa als voorbereiding voor een mogelijke carrière bij defensie)."
"Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."
"De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."