Impactanalyse nieuwe regels luchtkwaliteit

De regering moet een onafhankelijke impactanalyse naar de Kamer sturen voordat de regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving worden aangepast. De gevolgen van de nieuwe Europese regels voor luchtkwaliteit voor de woningbouw, industrie en landbouw zijn nu nog niet bekend. Er is inzicht nodig naar de kosten en de winst voor de volksgezondheid.

Motie van het lid Russcher over een zelfstandige Nederlandse impactanalyse vóór vaststelling van de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling

De kamer, constaterende dat de herziene Europese Richtlijn luchtkwaliteit leidt tot een aanzienlijke aanscherping van de luchtkwaliteitsnormen; constaterende dat de gevolgen voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur en vergunningverlening in Nederland nog niet in beeld zijn gebracht; overwegende dat een zorgvuldige afweging vraagt om inzicht in zowel de maatschappelijke kosten als de verwachte gezondheidswinst; verzoekt de regering om, vóór vaststelling van de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling ter implementatie van de herziene Richtlijn luchtkwaliteit, een zelfstandige Nederlandse impactanalyse aan de Kamer te zenden waarin de gevolgen voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur, vergunningverlening, uitvoeringslasten en de verwachte gezondheidswinst in kaart worden gebracht.
9 september | FVD | Aangenomen: 94–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat wetgeving, zoals de stikstofwetgeving, in de praktijk werkbaar moet zijn [2]. Zij willen voorkomen dat de woningbouw en infrastructuur verlammen door de huidige situatie [3]. Een impactanalyse die de gevolgen voor vitale sectoren zoals de bouw, industrie en vergunningverlening in kaart brengt, kan helpen bij het creëren van de gewenste duidelijke en werkbare wetgeving [4][6][2].

Argumenten tegen: De partij wil de uitstoot van schadelijke stoffen direct aanpakken om de gezondheid van burgers te beschermen [5][1]. Daarnaast is er een sterke focus op het halen van Europese richtlijnen [7] en het verminderen van emissies voor natuurherstel [3][8].

Bronnen:

  1. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  2. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  3. "De stikstofcrisis verlamt ons land op allerlei vlakken. Inmiddels kunnen zelfs de broodnodige woningen niet meer worden gebouwd. Infrastructuur wordt niet aangelegd en de mogelijkheid om te ondernemen wordt beknot. De overheid heeft het recht op een dak boven het hoofd en een voortvarende vergunningverlening verwaarloosd. Daarom is het hoog tijd aan de slag te gaan met het verminderen van de stikstofuitstoot voor natuurherstel en eerlijke wetten voor rechtsherstel."
  4. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  5. "De leefomgeving van Nederland is niet schoon genoeg. Vervuiling door de industrie, vervoer en de consument beïnvloedt dagelijks de gezondheid en het wooncomfort van duizenden Nederlanders. Bij milieukwesties hebben burgers vaak het idee dat de overheid als vergunningverlener tegenover hen staat, in plaats van hen te steunen in de strijd om een veilige en gezonde leefomgeving."
  6. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"
  7. "In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
  8. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."