De regering moet onderzoeken of testen met eenvoudige hulpmiddelen, zoals rolstoelen, minder streng beoordeeld mag worden. Het huidige proces onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek duurt vaak meer dan een jaar, terwijl het voor anderen veel sneller gaat. Hierdoor worden mensen met een beperking uitgesloten bij de ontwikkeling van hulpmiddelen die zij zelf gebruiken.
Motie van de leden Huizenga en De Kort over onderzoeken of het testen van hulpmiddelen met een laag risico kan worden vrijgesteld van de zware medisch-ethische toetsing
De kamer,
constaterende dat het ontwikkelen en testen van eenvoudige laagrisicohulpmiddelen (MDR Klasse I), zoals een rolstoel of een prothese, met
mensen met een beperking onder de Wet medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen valt en daarmee hetzelfde maandenlange
METC-traject doorloopt als onderzoek met hoogrisicohulpmiddelen, zoals
pacemakers;
overwegende dat dit soms meer dan een jaar aan goedkeuring kost,
terwijl een vergelijkbare test met mensen zonder beperking binnen enkele
weken kan starten;
overwegende dat mensen met een beperking daardoor regelmatig
buitenspel staan bij het ontwikkelen van de hulpmiddelen die zij zelf gaan
gebruiken;
overwegende dat dit ook betere hulpmiddelen voor aangepast sporten,
zoals sportrolstoelen en sportprotheses, onnodig ophoudt;
verzoekt de regering te onderzoeken of het testen van hulpmiddelen met
een laag risico kan worden vrijgesteld van de zware medisch-ethische
toetsing, zolang een ethische commissie de veiligheid van deelnemers
blijft bewaken.
Argumenten voor: De partij stelt dat oplossingen soms worden tegengehouden door regels, procedures en beleidslagen die elkaar in de weg zitten, wat leidt tot een situatie waarin zaken niet meer van de grond komen [2]. Daarnaast is de partij van mening dat investeringen in wetenschap en onderzoek noodzakelijk zijn voor maatschappelijke ontwikkeling [3].
Argumenten tegen: De partij hanteert een 'ethiek van voorzichtigheid' waarbij bij twijfel niet snel ingegrepen moet worden en besluiten over technologische ontwikkelingen via de maatschappelijke dialoog moeten verlopen [1].
Bronnen:
"Bij medische technologische ontwikkelingen hanteren we een 'ethiek van voorzichtigheid': bij twijfel niet inhalen. Besluiten over ingrijpende technieken horen thuis in het volle licht van de maatschappelijke dialoog, niet alleen in de beslotenheid van laboratoria of wetenschappelijke congressen."
"In Nederland worden oplossingen soms tegengehouden door regels, procedures en beleidslagen die elkaar in de weg zitten. Het resultaat is een 'vetocratie': iedereen kan iets tegenhouden, maar gezamenlijk krijgen we de grote zaken niet meer van de grond. Dit leidt tot frustratie en vervreemding: waarom moet een school voor elke subsidieaanvraag tientallen pagina's invullen, terwijl het geld bedoeld is voor lesgeven? De regelcongestie raakt het dagelijks leven: een dorpsfeest moet soms meer dan tien vergunningen aanvragen, inclusief geluidsplan, verkeersplan en toiletplan. Zorgverleners besteden uren aan opgelegde formulieren. Vrijwilligersorganisaties moeten voldoen aan complexe UBO- en AVG-registraties, zelfs als ze alleen een buurtbarbecue organiseren."
"Investeringen in wetenschap en onderzoek zijn nodig als we ons als land willen blijven ontwikkelen, in lijn met de Lissabondoelstelling van 3%. Innovaties zijn nodig om de omslag naar een ecologisch verantwoorde en competitieve economie te maken waarin we op een duurzame manier samenleven, consumeren en produceren. We investeren blijvend in praktijkgericht onderzoek op hogescholen en bevorderen de samenwerking binnen het hoger onderwijs door geschikte fondsen en subsidies. Bovendien investeren we in sectorplannen en in ongebonden onderzoek op de universiteiten."