Actualisering digitale agenda voor AI

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit moeten de digitale agenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aanpassen aan de snelle ontwikkeling van AI. Dit voorkomt dat Europa te afhankelijk wordt van buitenlandse technologie en beschermt de Europese economische veiligheid.

Motie van de leden Lohman en Zwinkels over de digitale agenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking actualiseren in het licht van Al

De kamer, constaterende dat de digitale agenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uit 2021 dateert, van vóór de doorbraak van generatieve Al; constaterende dat het kabinet in de internationale Al-strategie inzet op het verminderen van strategische afhankelijkheden en het versterken van de Europese Al-capaciteit; overwegende dat de razendsnelle ontwikkeling van Al om snelle actie vraagt, omdat Europa anders langdurig afhankelijk dreigt te worden van technologie waarover het nauwelijks zeggenschap heeft, met verstrekkende gevolgen voor onze economische veiligheid en ons verdienvermogen; overwegende dat deze inzet nog onvoldoende is vertaald naar het handelsbeleid en het handelsinstrumentarium; verzoekt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit gezamenlijk de digitale agenda voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te actualiseren in het licht van Al en daarbij uit te werken hoe het handelsinstrumentarium kan bijdragen aan het Europese verdienvermogen, markttoegang voor Europese technologiebedrijven en het verminderen van strategische afhankelijkheden, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren.
5 oktober | CDA | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij ziet de ontwikkelingen in AI als een kans voor de digitale economie en economische groei [4]. Zij streeft naar digitale autonomie om de afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese leveranciers te verminderen [5] en wil dat handel en ontwikkelingssamenwerking coherent verbonden zijn met het buitenlands beleid [3]. Daarnaast is een onafhankelijker Europa voor de werkgelegenheid en economische stabiliteit van groot belang [1][2].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die tegen het actualiseren van de digitale agenda of het versterken van de Europese digitale economie via handelsinstrumenten zijn.

Bronnen:

  1. "Europa tegen de handelsoorlog. De buiging van de Europese Commissie voor de handelsoorlog van president Trump is onacceptabel. Het beschadigt de geloofwaardigheid van Europa als geopolitieke grootmacht, ondermijnt het multilaterale handelssysteem en kost Nederland en Europa werkgelegenheid. In plaats van duurzame energie geproduceerd in Europa, kiest de Commissie bovendien voor de import van Amerikaanse fossiele brandstoffen. Het kabinet moet aan de slag om de effecten van de handelsoorlog op de Nederlandse werkgelegenheid te bestrijden. We gaan daarom met vakbonden en werkgevers aan de slag om voortgang te boeken voor een onafhankelijker Europa met goede banen en een schone economie."
  2. "Eerlijke handel. Handel draagt bij aan brede welvaart en welzijn, hier en nu. We zorgen dat we belangrijke producten en grondstoffen uit meerdere landen kunnen halen, zodat we niet afhankelijk zijn van één leverancier of land. Dat is ook geopolitiek voor ons land van groot belang. We staan voor handelsverdragen waarin Europa niet alleen haalt, maar ook brengt door partnerlanden meer in staat te stellen zelf hun grondstoffen te verwerken tot eindproducten en deze te kopen. Het voorstel voor een verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen voldoet op dit moment niet aan de voorwaarden. De winning van grondstoffen voor onze klimaattransitie mag niet bijdragen aan conflicten, milieuschade en uitbuiting elders. We stellen landen waarmee Nederland een bilateraal investeringsverdrag heeft voor dat verdrag te beëindigen, om een eind te maken aan ISDS-claims van bedrijven op basis van die verdragen. WTO-regels hervormen we zodat ze duurzame en gelijkwaardige handel bevorderen."
  3. "Samenhang in buitenlandbeleid. Onze inzet op wereldwijde armoedebestrijding, klimaatrechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling moet coherent zijn met ons beleid op handel, kapitaalverkeer, schuldverlichting en belastingheffing. Er komt een minister die verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking, handel en beleidscoherentie. De duurzame ontwikkelingsdoelen en de klimaatdoelstellingen van het akkoord van Parijs zijn leidend. Om onze negatieve impact op de rest van de wereld te verkleinen, moet Nederland stoppen een belastingparadijs te zijn waar multinationals hun winsten uit andere landen kunnen wegsluizen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken komt een afdeling die zich bezighoudt met conflictbeheersing en preventie."
  4. "Kansen voor digitale economie. We moeten digitalisering niet alleen reguleren, maar met behoud van publieke waarden benutten voor werkgelegenheid en economische groei. De uitdagingen die Europa heeft op het vlak van digitale autonomie en de ontwikkelingen in de AI zijn kansen. We werken aan goede randvoorwaarden zodat deze sector optimaal verder tot bloei kan komen."
  5. "Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."