Schorsing van Turkije in de Raad van Europa

Het kabinet moet pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa. Turkije weigert namelijk bindende uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit te voeren.

Motie van het lid Piri over pleiten voor de schorsing van Turkije als lid van de Raad van Europa als het blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren

De kamer, constaterende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens reeds in 2019, in 2022 en in 2026 bindende uitspraken heeft gedaan in de zaak van Osman Kavala en zijn onmiddellijke vrijlating heeft geëist; overwegende dat Turkije tot op heden weigert gevolg te geven aan het definitieve vonnis; verzoekt het kabinet om te pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa als de regering in Ankara blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren.
5 oktober | PRO | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat het veto op buitenlands beleid in de EU wordt opgeheven wanneer het gaat om het veroordelen van mensenrechtenschendingen en het opstellen van sanctielijsten [1]. Daarnaast streeft de partij naar handhaving van het internationaal recht door grotere druk uit te oefenen via de politieke kanalen van de EU [3]. De partij wil zich bovendien binnen internationale instellingen en de EU inzetten voor gerechtigheid [2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "We heffen het veto op buitenlands beleid in de EU op bij het veroordelen van mensenrechtenschendingen en het opstellen van sanctielijsten."
  2. "Rusland moet zich verantwoorden voor zijn oorlogsdaden en schending van het internationaal recht. Nederland blijft zich onvermoeibaar inzetten binnen internationale instellingen en de EU voor gerechtigheid als het gaat om Oekraïne en MH17."
  3. "De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Doelgerichte aanvallen op burgers, journalisten en hulpverlenersvormen een grove schending van dit internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen. Dit gebeurt bij voorkeur via de economische en politieke kanalen van de EU. Blijft dat zonder resultaat, dan neemt de Nederlandse regering deze maatregelen samen met gelijkgestemde landen."