Het kabinet moet pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa. Turkije weigert namelijk bindende uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit te voeren.
Motie van het lid Piri over pleiten voor de schorsing van Turkije als lid van de Raad van Europa als het blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren
De kamer,
constaterende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens reeds
in 2019, in 2022 en in 2026 bindende uitspraken heeft gedaan in de zaak
van Osman Kavala en zijn onmiddellijke vrijlating heeft geëist;
overwegende dat Turkije tot op heden weigert gevolg te geven aan het
definitieve vonnis;
verzoekt het kabinet om te pleiten voor de schorsing van Turkije in de
Raad van Europa als de regering in Ankara blijft weigeren om bindende
uitspraken van het Hof uit te voeren.
Argumenten voor: De partij wil dat de EU en Nederland actie ondernemen wanneer mensenrechten worden geschonden [1]. Daarnaast wordt gepleit voor het direct opschorten van verdragen op het moment dat mensenrechten worden geschonden [10130, 10433].
Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Als Europese Unie (EU) moeten we sterker en duidelijker optreden. Er komt één Europees buitenlands beleid met een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Gelijkwaardigheid, mensenrechten en samenwerking zijn de basis voor dit beleid. We beschermen het internationaal recht, binnen én buiten de EU. Als mensenrechten worden geschonden, zoals in Gaza en Oekraïne, dan komt de EU in actie. Doet de EU dat niet, dan treedt Nederland zelf op. We overtuigen meer landen om het Internationaal Strafhof te erkennen. Zo kunnen oorlogsmisdadigers wereldwijd makkelijker worden vervolgd."