Schorsing van Turkije in de Raad van Europa

Het kabinet moet pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa. Turkije weigert namelijk bindende uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit te voeren.

Motie van het lid Piri over pleiten voor de schorsing van Turkije als lid van de Raad van Europa als het blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren

De kamer, constaterende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens reeds in 2019, in 2022 en in 2026 bindende uitspraken heeft gedaan in de zaak van Osman Kavala en zijn onmiddellijke vrijlating heeft geƫist; overwegende dat Turkije tot op heden weigert gevolg te geven aan het definitieve vonnis; verzoekt het kabinet om te pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa als de regering in Ankara blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren.
5 oktober | PRO | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij stelt dat Turkije geen lid van de EU wordt zolang de principes van de rechtsstaat niet worden nageleefd [1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een pragmatische vorm van strategische samenwerking op het gebied van veiligheid, migratie en handel [1].

Bronnen:

  1. "Turkije geen EU-lid: Turkije zal geen lid van de EU worden zolang het land niet democratisch is en de principes van de rechtsstaat niet naleeft. EU-lidmaatschap van Turkije zou alleen maar de slagkracht van de EU ondermijnen. Een alternatieve pragmatische vorm van strategische samenwerking moet daarom worden gezocht op het gebied van veiligheid, migratie en handel."