De regering moet een impactanalyse maken van het nieuwe financieringsstelsel, met en zonder DAEB (studieleningen). Alleen een volledige analyse laat zien wat de gevolgen zijn van verschillende opties.
Motie van het lid Edgar Mulder over een impactanalyse uitvoeren van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang met en zonder DAEB
De kamer,
constaterende dat er geen impactanalyse is geweest;
overwegende dat alleen een volledige impactanalyse inzicht geeft in de
gevolgen van mogelijke alternatieven;
verzoekt de regering een impactanalyse uit te voeren van het nieuwe
financieringsstelsel met en zonder DAEB, waarbij in ieder geval de
gevolgen voor opvangcapaciteit, investeringen, administratieve lasten,
financierbaarheid en kosten worden onderzocht, en deze analyse vóór de
behandeling van het wetsvoorstel aan de Kamer te sturen.
Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat wetgeving ondoordacht verandert [1] en streeft naar efficiëntere, simpelere en goedkopere wetgeving [1]. Daarnaast wil de partij dat bij ingrijpende wijzigingen een uitvoeringstoets wordt gedaan [1], wat aansluit bij de behoefte aan een impactanalyse.
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten tegen het uitvoeren van impactanalyses.
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."