De regering moet kijken hoe er meer geld beschikbaar kan komen voor een nieuwe ronde van het Maritiem Innovatie Programma. De Nederlandse maritieme sector moet technologisch voorloper blijven om winstgevend te blijven. Hierbij moet de samenwerking met private partijen uit het bedrijfsleven behouden blijven.
Motie van het lid Goudzwaard c.s. over onderzoeken of en hoe aanvullende middelen beschikbaar gesteld kunnen worden voor een nieuwe ronde van het Maritiem Innovatie Programma
De kamer,
constaterende dat voor het Maritiem Innovatie Programma voor de
periode 2025–2026 20 miljoen aan rijksmiddelen beschikbaar is gesteld,
aangevuld met cofinanciering vanuit het bedrijfsleven;
constaterende dat voor het Maritiem Innovatie Programma voor de
periode 2026–2027 op dit moment geen nieuwe middelen opzijgezet zijn
en de Subsidieregeling maritieme innovatieprojecten bij de RVO daarmee
gesloten blijft;
overwegende dat het voor het verdienvermogen van de Nederlandse
maritieme sector van fundamenteel belang is om technologisch koploper
te zijn en te blijven;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe aanvullende middelen
beschikbaar gesteld kunnen worden voor een nieuwe ronde van het
Maritiem Innovatie Programma, met behoud van private cofinanciering.
Argumenten voor: De partij wil de innovatiekracht stimuleren door te investeren in onderzoek en technologische ontwikkelingen [5][2]. Zij stellen dat de overheid in het verleden te weinig heeft geïnvesteerd in onderzoek en innovatie [4]. Het doel is om de economie toekomstbestendig te maken en de Nederlandse koploperpositie in belangrijke technologieën te behouden [3][1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het investeren in innovatie of het beschikbaar stellen van middelen voor sectorale innovatieprogramma's.
Bronnen:
"We geven het Groeifonds een nieuwe impuls en investeren daarmee in nieuwe technologieën die nodig zijn voor de toekomst. Nederlandse toponderzoeksinstellingen brengen we actief in stelling en sluiten aan bij Europese technologieprogramma's, zoals het Digital Europe Program."
"We willen Nederlandse toponderzoeksinstellingen beter in stelling brengen om innovatie aan te jagen. Wij zien grote kansen op het gebied van onder andere technologieën als groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, groen gasproductie, efficiëntere CO₂-vrije opslag en flexibiliteit, negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren."
"Nederland moet voldoen aan de Lissabon-doelstelling om 3 procent van het bbp te investeren in onderzoek en innovatie (R\&D), waarvan 1 procent door de overheid en 2 procent privaat. Daarvoor investeren we in wetenschappelijk en toegepast onderzoeken valorisatie dat zich richt op de sleuteltechnologieën van de toekomst, zoals AI, quantum-computing, groene chemie, batterijtechnologie en biotechnologie."
"We leven in onrustige tijden. Geopolitieke ontwikkelingen en tarievenoorlogen hebben economische gevolgen, leiden tot onzekerheden en bedreigen onze veiligheid en bestaanszekerheid. In de stikstofproblematiek, de netcongestie en de wooncrisis worden de gevolgen van onvoldoende daadkracht en keuzes in de laatste jaren pijnlijk duidelijk. We hebben verzuimd te investeren in de toekomst van Nederland, in onderzoek en innovatie, infrastructuur en arbeidsproductiviteit. Door de dubbele vergrijzing zullen we met minder mensen meer moeten verdienen. Onze sociale zekerheid, zorg en belastingstelsel zijn aan onderhoud en vernieuwing toe, om toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit te borgen."
"Vooruitgang vraagt ook dat we investeren in een toekomstgerichte economie. Ondernemen moet weer leuk zijn en worden beloond vanuit de politiek. We willen ruimte geven aan innovatiekracht en ondernemerszin. Daarom investeren we in onderzoek, stimuleren we innovatie en versterken we onze regio's. We investeren in mensen via leven lang ontwikkelen. Want een eerlijke en sterke economie is de basis voor een welvarend Nederland, nu en in de toekomst."