De regering moet kijken hoe er meer geld beschikbaar kan komen voor een nieuwe ronde van het Maritiem Innovatie Programma. De Nederlandse maritieme sector moet technologisch voorloper blijven om winstgevend te blijven. Hierbij moet de samenwerking met private partijen uit het bedrijfsleven behouden blijven.
Motie van het lid Goudzwaard c.s. over onderzoeken of en hoe aanvullende middelen beschikbaar gesteld kunnen worden voor een nieuwe ronde van het Maritiem Innovatie Programma
De kamer,
constaterende dat voor het Maritiem Innovatie Programma voor de
periode 2025–2026 20 miljoen aan rijksmiddelen beschikbaar is gesteld,
aangevuld met cofinanciering vanuit het bedrijfsleven;
constaterende dat voor het Maritiem Innovatie Programma voor de
periode 2026–2027 op dit moment geen nieuwe middelen opzijgezet zijn
en de Subsidieregeling maritieme innovatieprojecten bij de RVO daarmee
gesloten blijft;
overwegende dat het voor het verdienvermogen van de Nederlandse
maritieme sector van fundamenteel belang is om technologisch koploper
te zijn en te blijven;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe aanvullende middelen
beschikbaar gesteld kunnen worden voor een nieuwe ronde van het
Maritiem Innovatie Programma, met behoud van private cofinanciering.
Argumenten voor: De partij beschouwt de binnenvaart en havens als van zeer groot belang [1] en stelt dat bedrijven in deze sector 'gekoesterd' moeten worden in plaats van belast door regels of kosten [1].
Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Van net zo groot belang zijn onze binnenvaart en havens - maar ook havenbedrijven gaan gebukt onder verregaande klimaatmaatregelen en de onbetaalbare energielasten. We moeten bedrijven koesteren in plaats van wegpesten. Geen gedwongen elektrificatie in de scheepvaart. Havens en andere kritieke infrastructuur moeten altijd met een meerderheidsaandeel in Nederlandse (publieke) handen blijven."