Verplicht schoolbezoek aan Auschwitz

De regering moet onderzoeken hoe middelbare scholen een bezoek aan het voormalige vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau kunnen opnemen in het onderwijs over de Holocaust. Antisemitisme in Nederland neemt toe en veel jongeren weten weinig over deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis of ontkennen dat deze heeft plaatsgevonden.

Motie van het lid Van der Plas over een bezoek van middelbare scholen aan Auschwitz-Birkenau inpassen in de verplichte Holocausteducatie

De kamer, constaterende dat antisemitisme in Nederland toeneemt; constaterende dat steeds meer jongeren weinig tot geen kennis hebben over de Holocaust en in bepaalde groepen jongeren de Holocaust zelfs wordt ontkend; overwegende dat Holocausteducatie verplicht is; verzoekt de regering om te kijken hoe een bezoek van middelbare scholen aan voormalig vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau ingepast kan worden in de verplichte Holocausteducatie en het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie.
21 april | BBB | Verworpen: 55–95 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij is sterk tegen antisemitisme [4][2] en wil de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend houden [3]. Zij stelt specifiek: 'Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken' [1]. Het verplicht stellen van een bezoek aan een herdenkingskamp past direct binnen deze doelstelling om Holocausteducatie te versterken [1].

Argumenten tegen: De partij zou kunnen tegenwerpen dat het onderwijs al onder druk staat [6] en dat scholen autonomie dienen te behouden [6]. Daarnaast benadrukt de partij dat de behoefte van het kind centraal staat en er voorkomen moet worden dat er meer bureaucratie bijkomt [5]. Een verplicht bezoek aan Auschwitz-Birkenau kan logistiek of financieel als te belastend worden ervaren voor scholen.

Bronnen:

  1. "Het onderwijs, van basisschool tot universiteit, moet een veilige plek zijn voor Joodse studenten en medewerkers. De taskforce in het onderwijs wordt ingezet om antisemitisme terug te dringen en te voorkomen dat steeds meer Joodse jongeren besluiten in het buitenland te studeren. De zwarte bladzijden in onze geschiedenis hoe we zijn omgegaan met Joodse medeburgers worden op elke school besproken. Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken."
  2. "Het actieplan Bestrijding Antisemitisme wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. De extra financiering voor ondersteuning van het Joodse leven wordt voortgezet. Het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie dat een antisemitisch oogmerk bij delicten strafbaar stelt, wordt goed gemonitord. Als blijkt dat de strafmaat verhoogd of opsporing geïntensiveerd moet worden, doen we dat. Het is vreselijk dat beveiliging voor Joodse instellingen noodzakelijk is. De overheid draagt hiervoor de beveiligingskosten. Antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden. Lees hierover meer onder het kopje 'Antisemitismebestrijding in het onderwijs' in paragraaf 3.3. Voor politieagenten die weigeren Joodse instellingen te beschermen of zich antisemitisch (of anderszins racistisch) uitlaten, is geen plaats bij het korps."
  3. "De ChristenUnie maakt zich sterk voor het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Daarom krijgen Kamp Amersfoort, Kamp Westerbork, Kamp Vught, het Oranjehotel, het Nationaal Holocaustmuseum en het Indisch Herinneringscentrum structurele financiering, zodat zij hun educatieve taak duurzaam kunnen vervullen."
  4. "De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en iedereen deelt in menselijke waardigheid. De ChristenUnie stelt zich daarom teweer tegen het kwaad van racisme, antisemitisme en discriminatie op basis van levensovertuiging, geslacht, handicap of op welke grond dan ook. We zijn als mensen in deze wereld in verscheidenheid aan elkaar gegeven. Daarom staat de ChristenUnie voor een overheid die initiatieven stimuleert die het samenleven in verscheidenheid bevorderen en"
  5. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  6. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."