Structurele subsidie voor stichting Na de Oorlog

De regering moet de subsidie voor stichting Na de Oorlog blijvend maken. Deze stichting deelt persoonlijke verhalen van Holocaust-overlevenden en hun nabestaanden. Dit is nodig omdat antisemitisme toeneemt en het belangrijk is dat deze verhalen verteld blijven worden voor toekomstige generaties.

Motie van de leden Ellian en Bikker over een structurele subsidie voor stichting Na de Oorlog

De kamer, constaterende dat naar aanleiding van het amendement-Ellian/Segers (26 200-VIII, nr. 50) stichting Na de Oorlog een subsidie kreeg om persoonlijke verhalen van overlevenden en nabestaanden van de Holocaust een structurele plek te geven; constaterende dat de Kamer bij de OCW-begroting voor 2024 en 2025 wederom geld heeft vrijgemaakt voor lessen over antisemitisme terwijl de subsidie voor stichting Na de Oorlog eind 2026 afloopt; verzoekt de regering uit te werken wat ervoor nodig is om deze subsidie structureel te maken, en de Kamer daarover voor de begroting te informeren, zodat persoonlijke verhalen in een tijd van toenemend antisemitisme verteld kunnen blijven worden.
21 april | VVD, CU | Aangenomen: 143–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat zij antisemitisme bestrijdt door kennis over de Joodse geschiedenis te vergroten [1]. Daarnaast geeft de partij aan middelen vrij te willen maken voor initiatieven die zich inzetten voor bewustwording met betrekking tot de Holocaust [2]. Het structureel maken van de subsidie voor de stichting Na de Oorlog, die persoonlijke verhalen van overlevenden en nabestaanden van de Holocaust deelt, sluit hier naadloos bij aan. Bovendien streeft de partij naar meer vertrouwen en stabiliteit in de financiering van essentiële voorzieningen [4] en wil zij rust creëren door structureel geld, in plaats van het 'bij elkaar sprokkelen van subsidies' [3].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in de verstrekte tekst te vinden die pleiten tegen het structureel financieren van initiatieven die educatie over de Holocaust en de bestrijding van antisemitisme bevorderen.

Bronnen:

  1. "Antisemitisme tegengaan. Antisemitisme neemt de afgelopen jaren schrikbarend toe. We bestrijden antisemitisme door online haat tegen te gaan en kennis over de Joodse geschiedenis en cultuur te vergroten. Antisemitische incidenten pakken we hard aan met passende straffen, en we zorgen dat slachtoffers laagdrempelig aangifte kunnen doen bij getrainde discriminatierechercheurs. We zorgen voor voldoende beveiliging bij Joodse instellingen."
  2. "Discriminatie bestrijden. I n het onderwijs besteden we meer aandacht aan de gevolgen van discriminatie, LHBTIQA+haat, antisemitisme, moslimdiscriminatie, discriminatie van nieuwkomers en uitsluiting. We waarborgen aandacht voor onder andere het koloniale verleden, slavernij, de Holocaust, de Joodse cultuur, de diverse LHBTIQA+gemeenschap en de verrijking van onze cultuur door nieuwkomers. We maken middelen vrij voor initiatieven die zich inzetten voor meer bewustwording, zoals het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, projecten tegen moslimhaat, het programma Internationaal decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst en programma's gericht op het versterken van de regenbooggemeenschap. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) en de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) zetten hun belangrijke werk voort, waarbij de NCDR expliciet de opdracht krijgt om ook te focussen op de lhbti+ gemeenschap. Lesmateriaal moet inclusiever en qua representatie meer recht doen aan de huidige diverse samenleving."
  3. "Rust door structureel geld. Scholen moeten zich bezighouden met goed onderwijs, en niet met het bij elkaar sprokkelen van subsidies voor voldoende financiering. We oormerken geld dat is bedoeld voor onderwijzend personeel, het wegwerken van onderwijsachterstanden en zorgleerlingen. De Onderwijsinspectie krijg meer bevoegdheden om scholen te controleren en te corrigeren op de besteding van onderwijsgeld."
  4. "Meer vertrouwen en stabiliteit in financiering. We willen dat essentiële cultuurvoorzieningen (lokaal, regionaal en landelijk) die het fundament vormen van onze cultuursector een stevige wettelijke basis krijgen. Hiermee kunnen we ook betere afspraken maken over hoe we cultuurgelden inzetten. Daarnaast maken we het mogelijk om voor acht in plaats van voor vier jaar subsidie aan te vragen. We geven instellingen die hun meerwaarde hebben bewezen meer vertrouwen. We versimpelen de voorwaarden, aanvraagprocedures en verantwoordingseisen rondom subsidies voor zowel instellingen als individuele makers. We maken de naleving van de Code Diversiteit & Inclusie en fair pay & fair practice een bindende voorwaarde voor het ontvangen van subsidie."