Einde aan true pricing bij aanbestedingen

De regering moet stoppen met true pricing bij aanbestedingen. Deze methode zorgt voor hogere kosten. Belastinggeld moet zo efficiënt mogelijk worden besteed.

Motie van het lid Prickaertz over stoppen met true pricing bij aanbestedingen

De kamer, constaterende dat de overheid bij aanbestedingen steeds vaker de true pricing-methodiek toepast, waardoor kosten stijgen; overwegende dat belastinggeld doelmatig en efficiënt moet worden besteed; verzoekt de regering om te stoppen met het toepassen van true pricing bij aanbestedingen en primair aan te sturen op efficiënte bestedingen van belastinggeld.
22 april | PVV | Verworpen: 45–105 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de overheid bij aanbestedingen in essentie moet streven naar 'de beste producten of diensten tegen de laagste prijs', omdat het gaat om belastinggeld [1]. Daarnaast legt de partij de nadruk op het tegengaan van 'spilzucht en het te hoge uitgavenniveau van de overheid' om te voorkomen dat belastingen stijgen [2]. Aangezien true pricing leidt tot hogere kosten bij aanbestedingen, is dit in strijd met het uitgangspunt om op de kosten te letten.

Argumenten tegen: Geen enkel fragment biedt een argument voor het behoud of de invoering van de true pricing-methodiek bij overheidsaanbestedingen.

Bronnen:

  1. "Slim aanbesteden van de overheid: De overheid moet in haar aanbestedingen in essentie streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs. Het gaat immers om belastinggeld. We willen echter dat de overheid voortaan in haar aanbestedingsbeleid vaker het Nederlandse bedrijfsleven voortrekt en belangrijke transities een zetje geeft, zoals de overgang naar een circulaire economie. De overheid treedt dan op als launching customer. Dit resulteert op de langere termijn in een sterkere economie, waar alle Nederlanders profijt van hebben."
  2. "De VVD wil investeren in veiligheid en de defensie-uitgaven laten groeien naar 3,5% van onze economie. Dat betekent dat we op andere vlakken de spilzucht en het te hoge uitgavenniveau van de overheid tegengaan. Zo voorkomen we dat de belastingen moeten stijgen en de rekening bij werkenden en ondernemers komt."