Stop bezuiniging investeringsaftrek en vrachtwagenheffing

De regering moet de bezuiniging op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) stopzetten en de vrachtwagenheffing verlagen. De KIA is een belastingvoordeel voor ondernemers die investeren. Het verlagen van dit voordeel remt investeringen. Transportondernemers hebben het nu al zwaar door de hoge brandstofprijzen en de nieuwe heffing op vrachtwagens.

Motie van het lid Flach c.s. over de versobering van de KIA niet door laten gaan en het tarief van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk verlagen

De kamer, constaterende dat de maatregelen aan de inkomstenkant van de begroting gedekt worden door onder andere versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA); overwegende dat dit leidt tot een lastenverzwaring voor ondernemers en negatieve effecten heeft op investeringen; overwegende dat zeker ondernemers in de transportsector hard geraakt worden door de hogere brandstofprijzen, terwijl binnenkort de vrachtwagenheffing wordt ingevoerd; verzoekt de regering de versobering van de KIA niet door te laten gaan, het tarief van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk te verlagen, en de dekking hiervan te zoeken in een ondoelmatige regeling binnen de werkkostenregeling, zoals de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten.
22 april | SGP, CU, JA21, VVD | Aangenomen: 116–34 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de lasten voor ondernemers verlagen en is tegen het verhogen van belastingen op ondernemen [2]. Zij stellen dat hoge lasten en regeldruk het ondernemerschap ontmoedigen [4] en de concurrentiekracht van Nederland verminderen [6]. Specifiek voor de transportsector is de partij tegen maatregelen die de automobilist zwaar belasten zonder duidelijk positief effect [3]. Daarnaast benadrukt de partij dat mkb-bedrijven en kleine zelfstandigen de ruggengraat van de economie zijn en dat zij vaak het zwaarst te verduren hebben [5], waarbij de partij wil dat belastingmaatregelen rekening houden met het verlagen van de regeldruk [1].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die redenen geeft om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "We investeren in ons vestigingsklimaat. Daarbij erkennen we de bijdrage die onze bedrijven, zowel multinationals als mkb-bedrijven, leveren aan onze schatkist. Multinationals zijn erg belangrijk, voor de werkgelegenheid, voor innovatie maar ook voor onze mkb-bedrijven. Veel Nederlandse mkb-bedrijven zijn een belangrijke toeleverancier voor onze multinationals. We verlagen de regeldruk en houden hier zo veel als mogelijk rekening mee bij belastingmaatregelen."
  2. "De belastingen op sparen in box 3 en op ondernemen in box 2 niet verhogen."
  3. "Geen overhaaste en dure maatregelen. BBB is tegen overhaaste en dure maatregelen die de automobilist zwaar belasten zonder duidelijk positief effect op de mobiliteit. We willen realistische en betaalbare oplossingen, waarbij ook kleine ondernemers en gezinnen niet de dupe worden van hoge kosten of beperkende regels."
  4. "Een sterke economie begint bij vertrouwen in eigen kunnen. Nederland is groot geworden door mensen die durf tonen, vakmanschap bezitten en kansen grijpen. Van boerencoöperaties en familiebedrijven tot startups, mkb'ers, zzp'ers en grote ondernemingen: zij zorgen voor werk, vooruitgang en welvaart. Niet de overheid creëert waarde, maar mensen die ondernemen, bouwen, verhandelen en verbeteren. Toch maken we het deze hardwerkende mensen steeds moeilijker. Regeldruk, hoge lasten en stroperige procedures ontmoedigen ondernemerschap, terwijl andere landen hun bedrijven juist koesteren. Dat moet anders."
  5. "Mkb'ers en kleine zelfstandigen zijn de ruggengraat van de Nederlandse economie. Ze zorgen voor werk, vakmanschap, levendige dorpen en persoonlijke dienstverlening. Maar juist deze ondernemers krijgen het vaak het zwaarst te verduren: ze worden overspoeld met regels die zijn bedacht voor multinationals, krijgen moeilijk toegang tot financiering en zien hun winkelstraat of camping langzaam verdwijnen."
  6. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."