Snelere subsidie voor duurzame vliegtuigbrandstof

De regering moet de Subsidieregeling Duurzame Luchtvaartbrandstoffen (SDL) zo snel mogelijk in 2026 openstellen. Vertraging zorgt voor onzekerheid bij investeerders, waardoor projecten naar het buitenland kunnen verhuizen. Dit schaadt de klimaatdoelen en het behalen van de Europese ReFuelEU-regels voor brandstoffen vanaf 2030.

Motie van de leden Köse en Zwinkels over zich maximaal inspannen om de SDL zo spoedig mogelijk in 2026 open te stellen en verdere vertraging te voorkomen

De kamer, constaterende dat de openstelling van de Subsidieregeling Duurzame Luchtvaartbrandstoffen (SDL) oorspronkelijk was voorzien na het zomerreces, maar recente kabinetsuitingen wijzen op een mogelijke vertraging tot eind 2026; overwegende dat de tijdige openstelling van de SDL van groot belang is voor de ontwikkeling van projecten voor synthetische duurzame luchtvaartbrandstoffen in Nederland; overwegende dat vertraging van openstelling van de SDL leidt tot onzekerheid voor initiatiefnemers en investeerders, en daarmee het risico vergroot dat projecten vertraging oplopen of buiten Nederland worden gerealiseerd; overwegende dat het uitblijven van tijdige openstelling van de SDL de opschaling van eSAF-productiecapaciteit belemmert, terwijl die noodzakelijk is met het oog op de bijmengverplichting uit de ReFuelEU Aviationverordening vanaf 2030; overwegende dat versnelling van duurzame brandstoffenproductie van belang is voor het halen van de klimaatdoelen, het verstevigen van het concurrentie- en verdienvermogen én het verminderen van afhankelijkheid van het buitenland; verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de SDL zo spoedig mogelijk in 2026 open te stellen en verdere vertraging te voorkomen.
12 mei | D66, CDA | Aangenomen: 114–36 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat Nederland 'van het slot' wordt gehaald, zodat bedrijven weer perspectief krijgen op een duurzame toekomst [1]. Er is kritiek op het feit dat verduurzaming momenteel wordt belemmerd [2] en dat randvoorwaarden voor de vergroening van de economie niet op orde zijn, waardoor bedrijven geen reëel handelingsperspectief hebben [5]. Daarnaast steunt de partij de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden [6].

Argumenten tegen: De partij wil het aantal vluchten in Nederland beperken [3][4] en stelt dat Schiphol drastisch moet krimpen [3]. Ook willen zij vliegen duurder maken door middel van een kerosineaccijns, een CO2-prijs en het afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets [3].

Bronnen:

  1. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  2. "Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
  3. "Het aantal vluchten in Nederland wordt beperkt. Om te voldoen aan de rechtsbescherming van omwonenden en de stikstofuitstoot terug te brengen, zal Schiphol drastisch moeten krimpen. Er komt een nachtsluiting. Schiphol krijgt een normenkader voor uitstoot van CO2, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Lelystad Airport wordt niet geopend voor burgerluchtvaart. De gedane publieke en private investeringen worden ruimhartig gecompenseerd. Binnen Europa worden treinreizen aantrekkelijker gemaakt, door in Europees en internationaal verband ambitieuze afspraken te maken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosineaccijns en afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets. Internationale treinverbindingen worden verbeterd en samen met andere Europese landen zorgen we voor één transparant systeem voor het boeken van internationale treinkaartjes. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren."
  4. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"
  5. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  6. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."